Materiaal

Bergen stellen andere eisen aan het fietsmateriaal
Op een fiets waar je zonder problemen mee op het vlakke fietst kun je niet per definitie perfect in de bergen fietsen. Natuurlijk moet het verzet voor jou licht genoeg zijn om de hellingen omhoog te kunnen trappen. Maar daarnaast: een fiets die op het vlakke technisch perfect lijkt, blijkt in de bergen soms niet helemaal in orde. De belasting is anders in de bergen en er kraakt iets, de ketting of velgen lopen aan, de derailleur wil niet lekker of accuraat schakelen. Enzovoorts.
Een paar punten waar je verstandig aan doet om op te letten. Kort aangestipt omdat over materiaal op internet eindeloos veel te vinden is. Ook het blad Fiets besteedt veel aandacht aan materiaal en onderhoud daarvan.

Tandwielen en verzet
cassette
Moet je voordat je de heuvels of bergen in gaat op je achterwiel een ander (berg)verzet monteren met een 27, 28 of zelfs 32 in plaats van een 23 als kleinste tandwiel? En vóór? Moet je daar een compact crankstel (34-50) monteren waar je op het vlakke een gewoon dubbel crankstel (39-52) hebt? Met een triple ben je vaak het makkelijkst uit.
Overigens: Op het vlakke wil je graag per tandje kunnen schakelen. Dan trap je makkelijker de juiste frequentie en het juiste vermogen. Als je op het vlakke met een bergverzet rijdt met grote stappen tussen de tandjes, dan kan je daarmee vaak niet het ideale verzet vinden. Misschien op het vlakke als kleinste verzet een 23 nemen?

Remmen, velgen en banden

Er zijn verschillende soorten remmen en remblokken in combinatie met verschillende velgen. Daarnaast is het verschil tussen velgremmen en schijfremmen.
Wat op het vlakke goed genoeg is hoeft dat niet in lange en steile afdalingen te zijn. velg-en-bandBovendien remmen de verschillende remtypen en -blokken anders.

Maatwerk
Belangrijk is dat je de remgrepen makkelijk beet kunt houden (met 2 à 3 vingers). Je moet in geval van nodig niet eerst moeten reiken naar de remmen. Heb je kleine handen, dan is dat wel eens lastig. Voor sommigen remgrepen zijn er hulpstukjes, die de handel iets dichterbij het stuur brengen. Anders stel je de rem iets ruimer af zodat je de greep een beetje aangetrokken kunt houden zonder dat de rem al aangrijpt op de velg.
Een ‘schrik’centimeter ruimte in de kabel is sowieso handig als je in onverwachtse situaties eerder te snel dan te traag reageert. Voordat je dan onnodig en soms zelfs gevaarlijk te snel de rem aantrekt, geeft die extra ruimte in de kabel je de kans om van de eerste schrik te bekomen en niet te (hard) remmen waar dat niet gewenst is.

Weg-band-contact: slippen
Het meest kritisch bij het remmen is het band-weg-contact. Er is een groot verschil tussen banden in hoeveel zij kunnen worden afgeremd zonder te slippen. De meest duurzame banden hebben het hardste rubber. Zij slijten het minst, gaan het minst lek, maar slippen het snelst (ook in de bochten). Op een nat wegdek is dat erger dan op een droog wegdek.
Als je met een groep bent moet je weten of die verschillen onderling zo groot zijn dat je er rekening mee moet houden.

Doseren en overreageren

Remblokjes taps monteren

Remblokjes taps monteren

Je probeert te voorkomen dat de remmen happen en het wiel blokkeert. Dat is bij een velgrem wat lastiger dan bij een schijfrem. De juiste rubbers en de juiste ruimte in de kabel helpen al veel. Eventueel monteer je de remblokken een beetje taps op de velg. Daardoor pakken de remblokken de velg niet direct over de hele lengte van de blokken, maar geleidelijk van voor naar achter (en vooral niet omgekeerd, dan happen ze namelijk nog meer:)).

Het feit dat schijfremmen harder aangrijpen en meer vertragen dan velgremmen is geen voordeel zolang de beperkende factor het contact tussen band en wegdek is. Het grote voordeel van schijfremmen is de (makkelijkere) doseerbaarheid.

Continu remmen, warmte controleren
Als je in een afdaling continu remt om de snelheid laag te houden kan het zijn dat de velgen erg warm worden. Door de warmte kan de binnenband te veel uitzetten en zelfs ploffen. Rij je met tubes, kan de lijm te warm worden en de tubes los komen. Rij je met carbonvelgen kan het carbon slap worden en niet meer goed de druk van de band tegenhouden.
Voel eens aan de velg van met name het voorwiel. De voorrem remt het hardst en wordt dan ook het warmst. Kun je de velg bijna niet beetpakken, is het niet goed. Laten afkoelen, eventueel wat water uit je bidon erop.
Door niet continu te remmen maar korter (en heviger) krijgt de velg tijdens de afdaling meer kans om af te koelen. En rijdend heb je ook mooi de rijwind als koeling.

De profs rijden bijna altijd op carbonvelgen. Maar zij hoeven veel minder vaak en lang te remmen. Voor wielertoeristen is het waarschijnlijk verstandiger om met aluminium velgen te rijden (of met schijfvelgen).
Zie ook: Professionals en wielertoeristen

Reservemateriaal
De fietsenmaker is in de bergen vaak niet om de hoek en bovendien heb je geen zin om je tijd daaraan te besteden. Het is verstandig om in elk geval mee te nemen:
plakspullen, binnenbandjes, buitenbandjes en remblok11speed linkjes (een nat weekeind in de Ardennen kan een setje blokjes verslijten). Een ketting of in ieder geval een sluitschakel, bijvoorbeeld een quick link. En gereedschap, o.a. inbussleutels, schroevendraaiertje, kettingpons. Ben je met een groep is het ook handig om een paar reservewielen mee te nemen.
Hou ermee rekening dat de onderdelen van verschillende leveranciers zoals Campagnolo, Shimano en SRAM meestal niet op elkaar passen. Let ook op of je groep 9, 10 of 11 speed is.