‘Lezen’ van de weg

Hoe hard je een weg kunt afdalen hangt af van een aantal zaken.

De breedte van de weg en zichtbeperking door begroeiing of rotsen

smalle weg

Als een weg 1 of 1,5 auto breed is, is vlot afdalen een vraagteken.
Als ook begroeiing of rotsen het zicht beperken, kun je eigenlijk niet lekker snel dalen. Er kan altijd iets op jouw weghelft opduiken, waardoor je heel strak aan de kant of zelfs in de kant moet.

Als een weg 2 auto’s breed is zonder middenlijn wordt het beter. De profs kunnen daar mooie lekkere lijnen rijden. Voor ons is dat niet het geval als er geen goed zicht is.

bergen bocht

 

Een weg van 2 auto’s breed met middenlijn is ook voor ons mooi. Ook wij kunnen lekkere lijnen rijden. Je kunt ook de andere helft van de weg gebruiken als je goed uit je doppen kijkt.

bergen weg breed

Als de weg breed is, maar geen middenlijn heeft, of waar de middenlijn stopt, reken er maar op: even verderop wordt het smal, natuurlijk met zichtbeperking door hoge rotsen ofzo!

Het wegdek
Verder hangt de snelheid waarmee je kunt afdalen af van de kwaliteit van het wegdek.
Is het vlak asfalt of hobbelasfalt of geplakt asfalt? Zitten er gaten in de weg?
Met name ‘hobbelasfalt’ is tricky. Dat is een asfalt van zeg maar tweede kwaliteit. Goedkoper gemaakt, maar niet zo strak. Het lijkt wel vlak, maar is het niet. Ook in een auto kun je dat voelen. Op de fiets heb je geen goede controle. De fiets dribbelt weg. Je kunt niet zo hard remmen. Je vraagt je af of je het afdalen verleerd bent. Kom je weer op een mooi stuk asfalt dan voél je meer het verschil dan je het ziét. Hè, hè, ik kan het nog:).

Nat
Is de weg nat? Of hier en daar nat? Door regen of door bergstroompjes. Dat is een ingewikkelde zaak. Bij droog asfalt leer je in de loop der tijd wat jij en jouw materiaal kunnen. Nattigheid is er in gradaties, al of niet gecombineerd met vuil en olie en dergelijke. Bovendien kan het elke paar meter anders zijn. Daardoor leer je veel minder wat al of niet kan, als de weg nat is. Als het ergens nat is weet je eigenlijk nooit zo goed als bij droog asfalt wat kan of niet. Je moet dan ook veel meer zekerheid inbouwen. Succes!:)
Zie ook http://slimmerfietsen.nl/nat-wegdek/
natte weg

Dauw en rijp
In herfst, winter en voorjaar kun je onverwacht te maken krijgen met dauw of rijp.
Bij lagere nachttemperaturen koelt het wegdek zo veel af dat het vocht uit de relatief warme lucht er boven op het wegdek condenseert. Er ontstaat dauw of soms zelfs rijp op de weg. Glad dus.
Op stukken die in de zon liggen verdwijnt dat in de loop van de dag en is de weg droog. Waar de weg lange tijd in de schaduw ligt blijft zij vaak de hele dag vochtig. Heeft het dagenlang niet meer geregend, rij je lekker in het zonnetje een afdaling in een open landschap, daal je in een bocht een bos binnen. Oeps! Verrassing! Anticiperen is dan in ieder geval goed voor je bloeddruk:)

De bochtenindicatie van de wegbeheerder
Voor automobilisten heeft de wegbeheerder soms waarschuwingsborden neergezet. Daar kunnen wij als fietsers ook veel aan hebben.
Het verschilt per gebied. Soms is er niets, soms wordt tot in 4 gradaties toe aangegeven hoe scherp een bocht is. Je krijgt dan als het als ware een roadbook zoals rallyrijders die hebben.
Hieronder een aantal foto’s met zulke aanduidingen.
bochtenindicatie 

 bocht2

bocht1

Driehoeksborden (pas op gevaarlijke bocht) met richtingaanduiding van de bocht zijn een mooie extra service want die staan ruim voor de bocht.

Een instinker daarbij is een bord dat bijvoorbeeld een bocht naar rechts aangeeft, maar hij gaat naar links. Je denkt misschien ‘foutje’ van de wegbeheerder. Vergeet het maar. Die bocht naar links, daar ging het niet om. De bocht naar rechts komt pas daarna en is serieus te nemen.

bocht-aangegeven

 

Je moet altijd in een bepaalde streek even leren wat voor aanduidingen er zijn en wat ze daar betekenen. Op een gegeven moment weet je op basis van die kennis waar je door kunt trappen, de benen stil moet houden of (veel) moet remmen.

En, oh ja, soms is de weg op een gegeven moment niet meer voorzien van dat soort borden. Andere gemeente of nog in bewerking of wat dan ook. Als je je dan lekker op de borden richtte en omdat er geen borden zijn voluit gaat, is dat misschien een vergissing. Eigenlijk kun je zeggen: als ze er wel zijn weet je waar je op moet letten. Als ze er niet zijn weet je dat niet (zeker) :).

Fietsen in bergen of heuvels

haarspeldbochtVeel van ons gaan in de bergen of de heuvels fietsen. In Zuid-Limburg of in middelgebergte zoals de Vogezen tot de echte jongens: Alpen en Pyreneeën. Dat verschilt van fietsen op het vlakke. Niet alleen omhoog, maar vooral naar beneden.

Klimmen
Weet welk verzet je nodig hebt. Opvallend is dat je op de korte hellingen bij bijvoorbeeld Stavelot in de Ardennen een kleiner, lichter verzet nodig hebt dan op de veel langere hellingen in de Alpen.
In Limburg en de Vlaamse Ardennen kun je de korte beklimmingen nog op de macht doen. In de Vogezen moet je al op ritme klimmen.
Zitten of staan in een beklimming? Daar zijn hele verhalen over verschenen, onder andere in het blad ‘Fiets‘. Weet wat bij jou past, maar zorg er wel voor dat je het allebei makkelijk kunt.

 

Fietsen-in-ardennen

 

Afdalen
Omdat afdalen in de bergen zo snel gaat heb je ook minder gelegenheid om het afdalen onder de knie te krijgen. Terwijl afdalen een van de leukste dingen is om te doen, als je er een beetje op geoefend hebt. Onbegrijpelijk hoe sommigen een uur hijgend en steunend bezig zijn met klimmen en die hoogtemeters achteloos weg gooien.

afdalen

 

Verschil professionals en wielertoeristen

profs en amateurWat we op de TV zien van de profs ziet er prachtig uit, maar besef dat de omstandigheden waaronder zij rijden heel anders zijn dan voor ons wielertoeristen. In de profkoersen zoals de Tour de France rijden de renners op gecontroleerde wegen. Er zullen geen al te grote gaten in het wegdek zitten. Er zijn geen tegenliggers. Dat betekent dat zij ‘blinde’ bochten ‘blind’ door kunnen en daardoor een veel bredere weg tot hun beschikking hebben. Daarnaast krijgen de profrenners veel informatie over de bochten door het gedrag van hun voorgangers en de remlichten van motoren en auto’s.
Wij wielertoeristen zitten gemiddeld op veel slechtere wegen met hobbelasfalt, opgelapt asfalt, met gaten. Dat betekent veel meer gestuiter en je moet naast vooruit kijken naar de ideale lijn ook kijken naar het wegdek direct voor je. Bovendien moet je rekening houden met tegenliggers.
Kortom voor wielertoeristen zijn afdalingen veel lastiger dan voor professionals.

De coll du Chat,Tour de France 2017, etappe 9 is een goed voorbeeld.
http://www.gemistvoornmt.nl/aflevering/1101713-nos-sport-de-avondetappe-09-07-2017

Zie ook: ‘Lezen’ van de weg

Zie ook: Valpartijen

Trainen op de openbare weg

Rij hard waar het kan, rij rustig waar het moet

Timing and spacing
Veel groepen doen fietstrainingen op de weg. Waar je welke trainingsvorm doet hangt sterk af van de breedte en overzichtelijkheid van de weg. Ook het tijdstip maakt veel uit. In feite geldt dat ook voor groepen die alleen maar een stuk stevig gaan fietsen. Ook zij moeten weten waar en wanneer je als groep hard kunt, en belangrijker, waar en wanneer niet.

smalle wegAls er veel woon-werkverkeer is zal je misschien een bepaalde weg mijden of er een individuele opdracht doen. Een uur later kun je er uitstekend met een grote groep in een waaier rijden.

Op een traject waar je het hele voorjaar bijna niemand ziet, rijden op een mooie zomeravond horden recreatiefietsers. Op ‘ons’ traject, zo voelt dat dan een beetje, waar wij ook met slecht weer reden. Toch doe je er verstandig aan hiermee rekening te houden bij de planning van je rondje en de trainingsopdrachten.


Individueel, tweetallen, groepen

Individuele opdrachten, het rijden in tweetallen of waaierrijden in een grotere groep stellen andere eisen aan ruimte en overzichtelijkheid van de weg. Je kunt uitstekend een individuele opdracht doen op een smalle en onoverzichtelijke weg of op een fietspad, waar stevig rijden in een groep van zes al risicovol kan zijn.

Gebruik de mogelijkheden die de route en het tijdstip je bieden voor het maken van je trainingsopzet. En omgekeerd: als je bepaalde zaken wilt trainen zoek een route en een tijdstip waar je dat goed kunt doen.

 

 

hele weg

Gebruik alleen de hele weg op plaatsen waar dat veilig mogelijk is. Hier komt er een tegenligger aan, dus indikken

Interval rust
De minst overzichtelijke delen van het parkoers zijn prima geschikt voor rustintervallen of verplaatsingen.

Finale
‘Finale’ rijden we op de meest brede/overzichtelijke wegen. Als je een groep voor een finale opsplitst in kleinere groepen worden de finales veiliger. Bovendien hebben dan meer mensen de kans om ‘voorin’ (nl. in hun subgroepje) mee te spelen

Organisatie
Het voordeel van georganiseerde trainingsgroepen is de expliciete organisatie. Er is een trainer, er zijn opdrachten en in subgroepjes zijn er vaak ‘wegkapiteins’. Daardoor kan je veel meer inspelen op de situatie en ook lastiger delen van het parkoers goed gebruiken in een training. Bij losjes georganiseerde groepen ontstaat tijdens het rijden een spontane groepsdynamiek, die niet altijd rekening houdt met de verkeerssituatie. Expliciet afspreken waar je wat doet helpt zeker, maar is lastig.
Zie ook: Mindset en groepsdynamiek.

Omgaan met medeweggebruikers

medeweggebruikersAndere weggebruikers klagen nogal eens over ons racefietsers, zeker als we in groepen rijden. Volkomen onterecht natuurlijk, wij doen nooit iets fout. Maar toch, zij hebben soms een ander beeld over ons dan we zelf hebben. En die perceptie is een realiteit waarmee wij te dealen hebben. Dat beeld leidt er onder andere toe dat in Zuid-Limburg, in sommige Belgische buurtgemeenten, over de Duitse grens bij de Achterhoek er beperkingen worden gesteld aan groepen wielrenners. In Frankrijk staan vaak verkeersborden met een auto en een fietser met de tekst ‘Roulons ensemble’. ‘Laten we samen rijden’. We maken beiden gebruik van de openbare weg en met een goed samenspel gaat het beter.

Hoe kunnen we slimmer omgaan met medeweggebruikers?

kind op fietspadInschatten potentieel gevaar
Kinderen, toeristen op huurfietsen, auto’s bij een uitrit. Daar moet je op anticiperen. Door manoeuvreerruimte in te bouwen, eventueel de snelheid iets eruit te laten en je groepsgenoten te waarschuwen.
Zie ook: Manoeuvreerruimte houden
Zie ook: Signalen


Weten wat je als groep zelf oproept bij anderen

Wat ziet en voelt bijvoorbeeld de ouder met dat kleine kind als er een grote groep fietsers aankomt?
Als groep racefietsers ben je vaak intimiderend voor anderen. Hoe voelt die automobilist zich als bij een rotonde wielrenners hem links en rechts inhalen (ook al gaat dat nog zo beheerst). Als we voor ons eigen gevoel rustig door de bebouwde kom rijden, of kalm stadsfietsers of wandelaars inhalen, kan dat voor anderen heel anders aanvoelen.

Contact maken
Andere weggebruikers zijn als het ware een andere soort. Hoe meer ze op jezelf lijken hoe meer je ze als subjecten ziet. Je steekt bijvoorbeeld eerder een handje op naar andere racefietsers dan naar stadsfietsers. Hoe groter het verschil met de ander is, hoe meer je de ander ziet als een soort object, waar je langs moet. En niet als een medeweggebruiker. Probeer je het subject in de ander te zien, dan ga je vanzelf anders met elkaar om.
Het gaat om contact maken. De ogen zoeken, aankijken. Je hand opsteken en even knikken met je hoofd. “Goedemorgen” roepen. Daarmee maak je contact. En met contact los je een verkeerssituatie soepeler op.
Het gaat erom dat je bij elkaar ‘in beeld’ bent. Eerste vereiste is natuurlijk dat je elkaar waarneemt. Kom je van achter, dan is een belletje of vriendelijk roepen wel zo handig.
Zie ook: Bel op de racefiets onderin dit artikel.
contact maken

Schakelen van mindset
Als je hard rijdt is je mentale houding niet echt geschikt voor het contact maken met andere weggebruikers. Je bent in een wedstrijd-modus met de nodige agressie en tunnelvisie om maar hard te kunnen rijden. Het schakelen naar verstand of empathie lukt niet altijd vanzelf. Dat moet je leren. Het schakelen tussen “Grr, gas!!” naar “Goedemorgen, dank u wel” is lastig. Hoe meer je het oefent, hoe makkelijker en hoe sneller je dat kunt.
Kijk naar topsporters die kort voor een wedstrijd nog relaxt een interview geven, terwijl ze al lang in de wedstrijdvoorbereiding zitten. En dan, tjak, kunnen schakelen naar de wedstrijdstand. Dat is mooi om te zien. Mooi ook om dat ook zelf te kunnen. Een zonnige zondag is een goed moment om dat te oefenen:)
Z
ie ook: Mindset en groepsdynamiek

Contact stimuleren
Stel je rijdt op een polderweg die net breed genoeg is voor 2 auto’s als ze elkaar rustig passeren. Als je als groep racefietsers te snel strak aan de kant gaat rijden wanneer er een auto als tegenligger aankomt, zal de automobilist vaak gewoon doorrijden. Eigenlijk ziet hij je als een te passeren object. Je weet niet zeker of hij rekening met je gaat houden.
Als je iets langer ruim blijft rijden, reageert hij vaak met beetje opzij gaan en/of wat langzamer rijden. Daarmee heb je het contact gemaakt. Je merkt dat hij rekening met je houdt. Beide partijen zijn nu met een samenspel bezig om de verkeerssituatie soepel op te lossen. Pas op dat dit ruim blijven rijden niet agressief wordt. Bedank hem voor zijn rekening houden met een handje.

Auto’s coachen
Automobilisten die achter je groep rijden en geen overzicht hebben in een bocht naar links moeten vaak lang wachten voordat ze kunnen inhalen. Als ze eindelijk zelf zicht hebben is er soms tegemoetkomend verkeer en moeten ze nog langer wachten.
De eersten van je groep kunnen veel eerder dan de automobilist zien of er wat aan komt en of hij de groep kan inhalen of niet.
Achteropkomende automobilisten zijn je dankbaar als je ze een sein geeft als de weg voor hen vrij is om in te halen. Eventueel geef je ook een wachten-signaal totdat je het rijden-signaal geeft. Je bent voor hen dan een soort van onbezoldigd verkeersregelaar.🙂

Grote groep splitsen
Als je met een erg grote groep bent op een drukke weg, is het handig de groep op te splitsen c.q. een groot gat in de groep laten vallen zodat achterop komende auto’s kunnen invoegen en in twee instanties langs de groep kunnen.

Als het toch fout gaat
Zelfs als je alle tips opvolgt en naast een beest op de fiets ook nog eens een heer in het verkeer bent, zal het heus nog wel eens fout gaan. In een auto kan je krachttermen kwijt zonder dat een ander dat hoort. Op de fiets is het de kunst om die zo snel mogelijk in te slikken. Oké, je schrikt en dus schreeuw je impulsief wat, maar daarna is het misschien beter even tot 10 te tellen. ‘De-escaleren’, daar gaat het om. Dat is ook weer het schakelen van de mindset. Van heftig, boos  naar rustig en beheerst.
Een auto slaat af, ziet een fietser over het hoofd, de fietser geeft een klap tegen de deur. De man stapt briesend uit, maar voordat hij kan uithalen zegt de fietser: “Ik geloof dat we elkaar kunnen feliciteren”. De automobilist kijkt verbaasd (zijn briesende programma is onderbroken). Fietser: “Dat ging maar net goed. Wat ben ik blij dat …” Een dergelijke reactie is natuurlijk geniaal, zoals ook humor beter is dan in je opwinding vol tekeer te gaan.
Probeer je zelf ‘voor te programmeren’ op zo’n situatie. Wat zou een startopmerking kunnen zijn waarmee er niet gelijk een scheldpartij uitbreekt? “Gaat het?’’ “Oef, hier moet ik even van bijkomen.” Of, na de eerste kreten uit schrik en woede: “Sorry voor mijn gescheld, ik schrok me wezenloos, enzovoorts”. Op die manier de-escaleert de situatie en kan je de zaak wat rustiger oplossen.
Natuurlijk, als er schade geregeld moet worden, dan moet je stevig zijn. Maar hopelijk ook rustig. Tot en met het laten komen van de politie.

De fietsbel als mindgame
Moeilijk. Hoort niet, past niet, gaat niet. Of toch wel?
Natuurlijk weet iedereen dat op de openbare weg een belletje handig is, maar voor sommigen doet het afbreuk aan een echte racefiets.

Het gewicht of aerodynamica van een bel is feitelijk geen punt.
Wat is onze conclusie? Niet in denken, maar in doen?
Sommigen zijn simpel logisch.: “Het is handig/verstandig, dus bel erop”.
Voor de anderen geldt: “Dat is wel waar, maar ….” En op een of andere manier komt er geen bel op de fiets. Voor deze mensen is het het zoeken naar een truc waardoor de bel geen afbreuk doet aan het (mentale) beeld van de racefiets. Bijvoorbeeld door:
Uit beeld houden:
HideMyBell– Mechanische bel in de houder van een fietscomputer
– Belletje in het uiteinde van de stuurbocht
– Elektronische bel via een app op je smartphone
– Bel in de bidonhouder
– Belletje dat je makkelijk los/vast kunt maken (zoals sommige ledlampjes). Op deze manier maakt de bel geen integraal deel uit van de fiets, want hij zit niet definitief vast. Daarmee doet hij geen afbreuk aan de fiets en is mentaal acceptabel.
De bel is een echte mindgame:).

Een andere oplossing is de ‘persoonlijke bel’: met je eigen stem roep je vriendelijk: “Bel, bel.” En als je passeert: “Dankjewel.”
Daarmee krijg je ook een beter contact (subject in plaats van object).
Maar het vraagt wel een vriendelijke mindset en je moet er tegen kunnen om het op een drukke dag ‘eindeloos’ te herhalen, en dan ook nog even vriendelijk:).
Zie ook: Psychologie van het fietsen/Leren
Zie ook: Psychologie van het fietsen/Mindset en groepsdynamiek

1 2