Valpartijen

Verhogen van snelheid, verminderen van risico

Valpartijen gebeuren helaas als je op de fiets rijdt in een groep, in een wedstrijd, of zomaar. Heel vervelend, zeker als het herstel lang duurt.
Pech, schuld van een ander? Natuurlijk zijn er zaken waar je zelf niets aan kunt doen. Maar het is goed om te kijken wat je zelf kunt doen om de kans op een valpartij te verminderen.
Onder manoeuvreerruimte, blinde bochten, bochtentechniek, afdalen vind je aandachtspunten daarvoor.
Hieronder vindt je een aantal valpartijen, met een analyse wat de rijder mogelijk beter had kunnen doen. Natuurlijk speelt pech of schuld door een ander vaak mee. Maar het te snel daarnaar kijken voorkomt dat je ervan leert. Zo goed als stoer roepen als iemand valt dat hij nu een echte wielrenner is. Allemaal begrijpelijk soort reacties, maar ze helpen niet om zo veel mogelijk de kans op valpartijen te voorkomen. Daarvoor moet je van die situaties leren. Zie ook leren

 

Val Kruiswijk (Giro 2016, 27 mei) 
https://www.youtube.com/watch?v=0iKeiSk45P8
Naast alle emoties en het feit dat een ongeluk of een foutje in een klein hoekje zit is er natuurlijk de vraag: wat zou beter kunnen? Natuurlijk vanuit de gemakkelijke positie: achteraf en vanuit de luie stoel. Maar toch wat kunnen wij als toerrijders ervan leren?

-Snel schakelen van aandacht. Zeker als je aan je limiet zit en blij bent boven te zijn en ook nog wil eten, kan je op een col waar de afdaling snel begint al een te hoge daalsnelheid hebben voordat je het in de gaten hebt.
-Op de TV-beelden lijkt het op een fout aansnijden van de bocht, cq überhaupt te weinig met de bocht bezig zijn. Te weinig naar buiten en te weinig naar binnen. Als de bocht dan ook nog eens meer doordraait dan van te voren te zien is, heb je een probleem.
– Misschien het meest interessant is de houding op de fiets. Mens en fiets verticaal in één lijn (de klassieke houding), met het zwaartepunt van lichaam en fiets kort binnen het contactvlak van banden en weg. Dat levert een hele flauwe bochtradius op. Te weinig om de (doordraaiende) bocht te kunnen halen.
Mogelijk zou de ‘skitechniek’ een betere correctiemogelijkheid hebben kunnen bieden.
Die is wat dynamischer dan de klassieke houding. Je kan meer corrigeren als het niet helemaal goed gaat. Je drukt je zadel meer de bocht in. Het bovenlijf gaat naar buiten met veel druk op het voorwiel, deels naar binnen gericht. Het zwaartepunt van lichaam en fiets komt iets lager te liggen en vooral meer de bocht in. Resultaat is een scherpere bocht. Met name aan het eind van een bocht kan je dan ‘nadrukken’ en daarmee meer in de bocht blijven.
Het hanteren van die techniek doen sommigen spelenderwijs, vanuit talent of vanuit het mountainbiken. Ben je niet zo’n geluksvogel zal je hem moeten trainen. Uren maken dus voordat het een automatische reflex is geworden. Het is een techniek die onder stress moeilijk is. Als je schrikt hou je adem in, cq komt die naar boven. Het zwaartepunt van lichaam en fiets komt hoger te liggen. Het zwaartepunt van lichaam en fiets dichter bij het contactvlak. Daardoor stuur je minder de bocht in. De natuurlijke reflex is in deze situatie dus niet de functionele reflex. Bij schaatsen en skiën heb je hetzelfde fenomeen. Daarom moet je de skitechniek ook trainen onder (gesimuleerde) stress.
Ook het naar binnen steken van knie kan snellere correcties geven dan de klassieke houding. Maar daarbij moet dan wel het zwaartepunt van lichaam en fiets voldoende binnen het contactvlak liggen. En dan nog levert het minder gewichtsverplaatsing en dus correctie op.
Dalen kan je verbeteren door daar veel tijd aan te besteden te maken. En dat doe je niet vanzelfsprekend. Je besteedt veel meer tijd aan het bergop rijden. Elke bocht in de bergen goed ingaan is onmogelijk. Er gaat er altijd wel eentje de mist in. Veel meer dan bijvoorbeeld in een criterium waar je eenzelfde bocht tig keer tegenkomt en onbewust leert hoe die moet. In de bergen gaat het erom een goede ingetrainde automatische reflex te hebben voor als het fout gaat. De skihouding levert meer mogelijkheid tot corrigeren op dan de klassieke houding.
Zie ook: onderwerp bochten en onderwerp afdalen

 

Val Rojas (Vuelta 2016, etappe 20)
https://www.youtube.com/watch?v=pARpKMpNQVI
in vertraagde opnamen:
https://www.youtube.com/watch?v=p49CzpPOAxI

Een val schijnbaar uit het niets.

Het feit dat anderen zonder problemen door dezelfde bocht gaan geeft aan de het hoogstwaarschijnlijk door hemzelf komt.
Mogelijk in de bocht te veel voorwiel geremd? Waardoor in de slip en weg.
Misschien met bovenlijf iets te veel naar binnen. Waardoor er te weinig druk naar beneden en vooral naar binnen op het voorwiel is.
zie: http://slimmerfietsen.nl/klassieke-bochten-en-skibochten

Bij het achterwiel krijg je meer signalen vooraf als dat dreigt weg te slippen, bij het voorwiel niet. Bovendien is een achterwielslip meestal wel te corrigeren, een voorwielslip is bijna altijd boem en liggen.
Het lijkt erop dat er een kritisch gebied is waar de druk op het voorwiel al te gering wordt met maar beetje verschil fout hangen van het bovenlijf. Het risico daarop is groter bij de klassieke houding dan bij de skihouding
Kijk je in dezelfde etappe naar Louis Leon Sanchez, dan zie je dat hij zijn bochten met een hele lichte knik rijdt.
Het lijkt erop zijn dat we niet goed in de gaten kunnen hebben hoe close we op drukverlies zitten. Zoals bijvoorbeeld bij aquaplaning bij autorijden.
Als je op een parkeerplaats of zo eenzelfde bocht snel achter elkaar kan herhalen kan je het uitproberen. Van klassieke houding naar skihouding. Het verschil aan druk is te voelen. Zeker als je het extreem maakt: de klassieke houding met de schouders veel in de bocht gericht en de skihouding met veel knik en extreem naar buiten hangend met bovenlijf en dus veel druk op de buitenkant van het stuur. Je kan zelfs het verschil in druk voelen als je de handen op de remgrepen legt of in de stuurbocht. Wel voorzichtig opbouwen dat oefenen dus.:)

 

Val van Vleuten (Olympische wegrace, Rio 8 augustus 2016)
https://www.youtube.com/watch?v=ZAF7IuEu8wE
Ongelooflijk wat een shit. De beste in de koers, op weg naar het goud. En dan die val.
Waardoor? Glad wegdek? Afvallende bocht? Te veel risico genomen? Wie zal het zeggen?
Op TV is wel een stuurfout te zien. Het ging om een de bocht naar rechts. Vóór de bocht reed ze aan de rechterkant van de weg. Daardoor maakte ze de bocht veel krapper dan als ze vóór de bocht aan de linkerkant had gereden. Dan was de bocht veel ruimer geweest. Je snijdt een bocht buiten-binnen-buiten aan om hem zo ruim mogelijk te maken. Dan kan je met meer snelheid die bocht door, met minder kans op wegslippen.
Ongelooflijk: technische gezien een simpele fout. Te simpel voor zo\’n goede rijdster? Waardoor? Aandacht afgeleid? De oorzaak achter de oorzaak, geen idee.

Het klopt helemaal dat ze een simpele stuurfout maakt, maar deze val is wel heel bijzonder. Ze krijgt te maken met wat in de (motor)wegracerij een “high-sider” heet. Het achterwiel verliest de grip en gaat glijden om na ongeveer een seconde weer grip te vinden. Dat gaat met een harde zwieper. Je ziet op de beelden haar achterwiel wegglijden, ze stuurt bij, dan zie je het achterwiel plots niet meer glijden, van Vleuten duikt over het stuur heen, en trekt de fiets met haar mee. Ze vliegt al over fiets heen ruim voor het muurtje, na de slinger.
Je ziet hoe handig kennis vanuit een andere discipline is om dat überhaupt te herkennen.

 

Val van Piere Rouland  (Tour de France 2016, etappe 19)
https://www.youtube.com/watch?v=_ANgf9I3_f8
De belangrijkste oorzaak lijkt te zijn dat Rouland te vroeg begint met trappen. Zijn binnenpedaal slaat tegen de grond. Daardoor wipt zijn achterwiel op (zie foto) en verliest grip.


Val Darwin Atapuma (Vuelta 2016, etappe 12)

http://video.eurosport.com/cycling/vuelta-a-espana/2016/stage-12-key-moments_vid889220/video.shtml Aan het begin van het filmpje.
Een val die uit het niets lijkt te komen. Anderen hebben op dezelfde plek met dezelfde bochtlijn geen problemen. Het gebeurt vaker, zo’n val uit het niets. Je kan dan kijken naar allerlei toevallige omstandigheden, steentjes en dergelijke, die de oorzaak kunnen zijn. Misschien is het interessanter te kijken naar wat je kan doen om de KANS op wegglijden te verminderen. Ik denk dat een andere houding op de fiets in de bocht zou kunnen schelen.
Darwin Atapuma lijkt zijn gewicht iets te veel naar binnen te hebben waardoor het voorwiel makkelijker kan wegglijden bij een ongerechtigheid.
Misschien zijn we ons niet genoeg bewust van hoe snel je geen tegendruk op het voorwiel meer hebt. Een paar centimeter je bovenlijf meer naar binnen en de tegendruk op het voorwiel is al een heel stuk minder. Met een steentje oid is het dan gebeurd voordat je het in de gaten hebt.
Met de skitechniek – gewicht heup zadel meer naar binnen en bovenlijf iets meer buiten – komt er meer druk op het voorwiel, ook zijwaarts in de richting van de de binnenkant van de bocht. Daardoor is de kans op wegglijden van het voorwiel kleiner en heb je meer gelegenheid te corrigeren.
(Overigens: voor het achterwiel is het weer net even anders. En als het met het achterwiel fout gaat, heb je meestal veel meer kans om te herstellen.)

 

Val van Richie Port (Tour de France 2017, etappe 9
https://www.youtube.com/watch?v=TLfWE9nCx_s.
Wat deed de rijder niet goed? Concentratieverlies? Afleiding? Vermoeidheid? Foute lijn gekozen, veel te ver naar links gekomen, te krap op de binnenbocht? Achterwiel in slip getrokken waardoor draai naar binnen? Zich proberen te redden met het uitsteken van rechter been, waarbij lichaamszwaartepunt naar de foute kant bleef? Geen ‘uitvouwen’ om de bochtenlijn ruimer te maken? Meer een foute angstreflex, dan een ingeoefende correctiereflex.
In de Avondetappe van de NOS http://www.gemistvoornmt.nl/aflevering/1101713-nos-sport-de-avondetappe-09-07-2017 ongeveer op 22 minuten analyse van de stuurtechnische kant en het belang van het inoefenen van stuurvaardigheid. Niet alleen voor de profs, maar ook voor wielertoeristen nodig.

Wat een valpartijen ook in de afdaling! Met name de Col du Chat. Was die weg niet geschikt om op hoge snelheid op het scherp van de snede af te dalen voor de profs??
Voor wielertoeristen is het een weg waar je niet lekker kúnt afdalen. Stijl. Nieuw asfalt, dat soms gladder is dan oud asfalt. Een beetje vochtig hier en daar. ‘Stuiter’asfalt dat corrigeren lastiger maakt. Heel vaak geen goed zicht op wat er tegen komt of in de weg kan staan. Als de weg dan ook smal is dan wordt het tricky. De profs kunnen er vanuit gaan dat ze de hele weg kunnen gebruiken. Wielertoeristen niet. Wij moeten ermee rekening houden met dat je om de bocht stapvoets moet of zelfs in de kant. Als je op zo’n smalle weg een bocht niet goed kan doorkijken, moet je ruim van te voren in de remmen. Heel anders dan een 2 auto’s of meer brede weg, waarbij je erop mag rekenen dat jouw weghelft beschikbaar is. En je ook veel ruimer door de bocht heen kan kijken. Zo’n Col du Chat is heel geschikt om bergop te nemen. Naar beneden gooi je daalmeters eigenlijk weg. Zie verder: ‘Lezen van de weg

Nat (Tour de France 2017, etappe 1, tijdrit)
Het was een tijdrit met nat wegdek en veel valpartijen.Tijdritfietsen zijn voor rechtuit rijden gemaakt, niet voor bochten. De snelste banden hebben iets minder grip (en gaan eerder lek). Op tijdritfietsen hebben ook degenen die er veel op trainen veel minder getraind dan op de gewone wegfiets.
Degenen die voor de dagoverwinning gaan moeten op het scherpst van de snede rijden. Degenen die voor het algemene klassement gaan mogen een fractie minder risico’s nemen. De anderen mogen op heel houden rijden. Ook dat is niet helemaal gelukt.
Na een lange periode droog weer kan asfalt bij nattigheid door de verzamelde troep veel gladder worden dan wanneer het vaak en veel geregend heeft. Zie het eindeloze glijden van Dylon Groenewegen.https://actueeltv.nl/v/848344  Op 1′.30.

Hoe moeten wij als recreanten rijden op nat wegdek 
Hou je remmen droog. Door regelmatig een heel klein beetje te remmen. Natte velgremmen hebben even nodig om aan te grijpen.
Het verschil tussen rechtuit rijden en bochten rijden is veel groter dan als de weg droog is.
Op rechte stukken kun je net zo snel rijden als wanneer het droog is. Het is voor sommigen eng, maar het kan wel. Je moet wel een veel langere remweg incalculeren voor een bocht. In een afdaling is dat nog meer het geval.
De bochten rij je een stuk langzamer dan bij droog weer. Je houdt langer je buitenbeen laag en gaat later weer trappen en ook kom je later uit het zadel.
De bochten zal je meestal niet in één mooie ronde lijn rijden, maar verdelen in stukjes die min of meer rechtuit gaan, (waar het nat is) en ronder, (waar het droger is).
Let op de witte verflijnen, mn het iets verhoogde spul, putdeksels, treinrails en dergelijke. Ga daar zo haaks mogelijk over heen en rem daar vooral niet. Vooral: neem een grotere veiligheidsmarge dan je bij droge omstandigheden neemt.

Op een natte weg kan je je veel minder instellen dan op een droge weg. Bij droge omstandigheden is het ene asfalt min of meer gelijk aan het andere. Met veel uren rijden en langzaam steeds meer de grens opzoeken kun je leren kort in de buurt van de maximaal mogelijke bochtensnelheid te komen.
Bij natte omstandigheden kan het glijrisico sterk verschillen. Zeker als het hier een beetje, daar erg nat, en ergens anders weer droog is.
Als je eenzelfde parkoers vaker rijdt zoals in een criterium dan kun je je beter instellen op de bochten. Krijg je een bocht maar één keer dan lukt dat niet. Dat is bij wedstrijden als de Tour de France bijna altijd het geval.
Bij natte omstandigheden moet je dus ruimer onder het maximaal mogelijke bij die omstandigheden rijden dan bij droge omstandigheden het geval is.

 

 

 

Valpartijen Tour de France 2017 etappe 9

Oef, wat een etappe! Wat een valpartijen ook in de afdaling! Met name de Col du Chat. Was de weg niet geschikt om op hoge snelheid op het scherp van de snede af te dalen??
Voor wielertoeristen is het een weg waar je niet lekker kúnt afdalen. Stijl. Nieuw asfalt, dat soms gladder is dan oud asfalt. Een beetje vochtig hier en daar. ‘Stuiter’asfalt dat corrigeren lastiger maakt. Heel vaak geen goed zicht op wat er tegen komt of in de weg kan staan. Als de weg dan ook smal is dan wordt het tricky. De profs kunnen er vanuit gaan dat ze de hele weg kunnen gebruiken. Wielertoeristen niet. Wij moeten rekening houden met dat je om de bocht stapvoets moet of in de kant. Als je op zo’n smalle weg een bocht niet goed kan doorkijken, moet je ruim van te voren in de remmen. Heel anders dan een 2 auto’s of meer brede weg, waarbij je erop mag rekenen dat jouw weghelft beschikbaar is. En je ook veel ruimer door de bocht heen kan kijken. Zo’n Col du Chat is heel geschikt om bergop te nemen. Naar beneden gooi je daalmeters eigenlijk weg. Zie verder: ‘Lezen van de weg’ 

De val van Richie Port.
https://www.youtube.com/watch?v=aUNbuwNP6CA op ongeveer 9 minuten.

Wat ging er vanuit de fietser fout? Concentratieverlies? Afleiding? Vermoeidheid? Foute lijn gekozen, veel te ver naar links gekomen, te krap op de binnenbocht? Zich proberen te redden met het uitsteken van rechter been, waarbij lichaamszwaartepunt naar de foute kant bleef? Geen ‘uitvouwen’ om de bochtenlijn ruimer te maken? Meer een foute angstreflex, dan een ingeoefende correctiereflex.
In de Avondetappe http://www.gemistvoornmt.nl/aflevering/1101713-nos-sport-de-avondetappe-09-07-2017 ongeveer op 22 minuten analyse van de stuurtechnische kant en het belang van het inoefenen van stuurvaardigheid. Niet alleen voor de profs, maar ook voor wielertoeristen nodig.

Bochtentechniek in tijdrit (Giro 2017, etappe 10)

Een prachtig tijdrit. Ook stuurtechnisch veel interessants te zien.

Een tijdritfiets is gemaakt voor de rechte einden. Bochten zijn lastiger op een tijdritfiets. Bovendien hebben de rijders veel minder uren in de benen op de tijdritfiets dan op de gewone koersfiets. Als ze dan op de limit rijden is het logisch dat er stuurtechnisch veel te zien is.

http://nos.nl/video/2173511-giro-lange-samenvatting-etappe-10.html

Kyrienka valt, wegslippend voorwiel. Gewicht bovenlijf te veel naar binnen in poging de bocht te halen? Was nadrukken in de V-houding van de skibocht beter geweest? Ben benieuwd wat de videoanalyse van Arjan is.

Tom Dumoulain gebruikt de skitechniek/v-houding.

Quintana rijdt niet de mooiste bochtlijnen, maar jumpt wel prachtige over een randje. Goed dat hij niet uit alle macht de bocht binnen de rand probeerde te houden, maar buiten dat kader handelde.

Nibalin neemt in een bocht de oneffenheid (met kans op val) niet in de vaste bochtlijn, maar maakt er een recht stuk van en pakt daarna de bochtcurve weer op. In de proloog van de Giro van 2016 in Amersfoort was hij de enige die de eerste bocht in stukken nam: bocht (benen stil) – trappen – bocht.

Mollema die zich in een van de laatste bochten soepel redt door ‘na te drukken’.

Zie ook: Bochten

Valpartij Conti (Giro 2017, etappe 8)

Ai, wat een lullige valpartij voor Conti. http://nos.nl/video/2172986-izagirre-wint-achtste-etappe-giro-na-zinderende-finale.html

Als we er stuurtechnisch naar kijken: het gaat fout als hij (alweer doortrappend) zijn binnenpedaal omlaag duwt.

Waarschijnlijk net dat beetje teveel druk aan de binnenkant ipv buitenkant en dus te weinig anti-glijdruk. Bovendien vertelde commentator Flecha vooraf dat het asfalt rommelig was.
En je kan twee zwarte stroken op de weg zien. Olie, uitgewrongen asfalt??

Waarschijnlijk was het beter geweest om iets later te gaan trappen in de bocht en om dat zwarte deel iets rechter over te steken (zoals natte witte lijnen, tramrails enz.), als het ware de bocht in delen te knippen.
Het lijkt erg op de valpartij van Pinot in de Tour de France van 2016.

Zie ook: Hoe rij je bochten die zo scherp zijn dat je je benen stil moet houden?

Zie ook: Bochten

 

De waaiercoup van Quick Step (Giro 2017, etappe 3)

Een prachtige etappe, met een demonstratie waaierrijden in volle hectiek.

http://nos.nl/video/2171992-quickstep-rijdt-concurrentie-aan-gort-gaviria-maakt-het-af.html

Interessante punten:
1. Op het juiste moment zitten alleen de mannen van QS op de voorste posities. Terwijl iedereen wist dat het daar ging gebeuren en er continue om die voorste posities is gevochten. Op 3 anderen na waaronder Greipel, zijn alle anderen niet ter plekke. Niet te vroeg, niet te laat, het zijn een paar seconden waarin het moet gebeuren. En wel door iedereen van de ploeg/het pact.
2. Het uitmeten hoeveel ruimte er moet zijn zodat de eigen mannen uit de wind mee kunnen en de concurenten op de kant zitten en dus in de wind.
3. Het inhouden van de QS mannen aan de kop zodat hun sprinter Gaviria er (in het wiel van een ploeggenoot) naar toe kan rijden.
4. Deze in het waaierrijden geoefende professionals kunnen op minder volle kracht een perfecte waaier neerzetten. Op volle kracht maken ze kleine fouten, die ze weten te corrigeren. Bijv Jungels rijdt een paar keer iets te hard. Hij houdt in. Anderen rijden het gat langzaam dicht zodat de rest vloeiend mee kan. Er moet iets meer naar de wind toe gereden worden. Waaierrijden op volle kracht is een voortdurend corrigeren.
5. De communicatie in alle hectiek en herrie. Je ziet ze praten door de oortjes en reken maar dat er geroepen en geschreeuwd wordt.
6. Omgaan met frustratie. Op dat volle vermogen, in die hectiek gaat er voortdurend wat mis. De ander doet niet wat jij roept. Er wordt geslingerd. Het gaat niet hard genoeg. Rijder X is niet mee. Enz. Dat levert frustratie op. De natuurlijke reactie is wat in de psychologie genoemd wordt: flight, flight of freeze. Je wordt boos, je kapt er (geestelijk) mee, je verkrampt, luistert niet meer goed, enz. Daaraan niet toegeven, maar functioneel blijven, de fouten van jezelf en anderen herstellen, dat is de grote kunst van waaierrijden op vol vermogen. Vergelijk het WK tijdrijden voor ploegen in Valkenburg (“Ik heb geroepen, maar hij luisterde niet”. So what? Dan roep je harder, trek hem aan zijn shirt, whatever nodig is.)
Weten hoe het moet, is één ding. Het doen onder submaximaal vermogen is een vaardigheid die redelijk makkelijk in te oefenen is. Het doen onder vol vermogen en in grote hectiek (zoals het nemen van strafschoppen bij voetbal) is mentaal een factor tig moeilijker en vraagt nog meer aandacht en oefening.

Wb de techniek van het waaierrijden en op de kant zetten een prachtige animatie nav een etappe uit de Tour de France: http://video.eurosport.com/cycling/tour-de-france/2016/science-of-cycling-the-echelon-how-to-deal-with-a-crosswind_vid817450/video.shtml

Zie ook: waaiers
Wb de psychologische en groepsdynamische kant, zie ook: psychologie van het fietsen

Val Darwin Atapuma (Vuelta 2016, 12 etappe)

Aan het begin van het filmpje.
Een val die uit het niets lijkt te komen. Luister naar het commentaar op Eurosport. Anderen hebben op dezelfde plek met dezelfde bochtlijn geen problemen. Het gebeurt vaker, zo’n val uit het niets. Je kan dan kijken naar allerlei toevallige omstandigheden, steentjes en dergelijke, die de oorzaak kunnen zijn. Misschien is het interessanter te kijken naar wat je kan doen om de KANS op wegglijden te verminderen. Ik denk dat een andere houding op de fiets in de bocht zou kunnen schelen.
Zoals Rouland in de Tour de France (zie reactie terug) lijkt Darwin Atapuma zijn gewicht iets te veel naar binnen te hebben waardoor het voorwiel makkelijker kan wegglijden bij een ongerechtigheid.
Misschien zijn we ons niet genoeg bewust van hoe snel je geen tegendruk op het voorwiel meer hebt. Een paar centimeter je bovenlijf meer naar binnen en de tegendruk op het voorwiel is al een heel stuk minder. Met een steentje oid is het dan gebeurd voordat je het in de gaten hebt.
Met de skitechniek – gewicht heup zadel meer naar binnen en bovenlijf iets meer buiten – komt er meer druk op het voorwiel, ook zijwaarts in de richting van de de binnenkant van de bocht. Daardoor is de kans op wegglijden van het voorwiel kleiner en heb je meer gelegenheid te corrigeren.
(Overigens: voor het achterwiel is het weer net even anders. En als het met het achterwiel fout gaat, heb je meestal veel meer kans om te herstellen))

Materiaal

Bergen stellen andere eisen aan het fietsmateriaal
Op een fiets waar je zonder problemen mee op het vlakke fietst kun je niet per definitie perfect in de bergen fietsen. Natuurlijk moet het verzet voor jou licht genoeg zijn om de hellingen omhoog te kunnen trappen. Maar daarnaast: een fiets die op het vlakke technisch perfect lijkt, blijkt in de bergen soms niet helemaal in orde. De belasting is anders in de bergen en er kraakt iets, de ketting of velgen lopen aan, de derailleur wil niet lekker of accuraat schakelen. Enzovoorts.
Een paar punten waar je verstandig aan doet om op te letten. Kort aangestipt omdat over materiaal op internet eindeloos veel te vinden is. Ook het blad Fiets besteedt veel aandacht aan materiaal en onderhoud daarvan.

Tandwielen en verzet
cassette
Moet je voordat je de heuvels of bergen in gaat op je achterwiel een ander (berg)verzet monteren met een 27, 28 of zelfs 32 in plaats van een 23 als kleinste tandwiel? En vóór? Moet je daar een compact crankstel (34-50) monteren waar je op het vlakke een gewoon dubbel crankstel (39-52) hebt? Met een triple ben je vaak het makkelijkst uit.
Overigens: Op het vlakke wil je graag per tandje kunnen schakelen. Dan trap je makkelijker de juiste frequentie en het juiste vermogen. Als je op het vlakke met een bergverzet rijdt met grote stappen tussen de tandjes, dan kan je daarmee vaak niet het ideale verzet vinden. Misschien op het vlakke als kleinste verzet een 23 nemen?

Remmen, velgen en banden

Er zijn verschillende soorten remmen en remblokken in combinatie met verschillende velgen. Daarnaast is het verschil tussen velgremmen en schijfremmen.
Wat op het vlakke goed genoeg is hoeft dat niet in lange en steile afdalingen te zijn. velg-en-bandBovendien remmen de verschillende remtypen en -blokken anders.

Maatwerk
Belangrijk is dat je de remgrepen makkelijk beet kunt houden (met 2 à 3 vingers). Je moet in geval van nodig niet eerst moeten reiken naar de remmen. Heb je kleine handen, dan is dat wel eens lastig. Voor sommigen remgrepen zijn er hulpstukjes, die de handel iets dichterbij het stuur brengen. Anders stel je de rem iets ruimer af zodat je de greep een beetje aangetrokken kunt houden zonder dat de rem al aangrijpt op de velg.
Een ‘schrik’centimeter ruimte in de kabel is sowieso handig als je in onverwachtse situaties eerder te snel dan te traag reageert. Voordat je dan onnodig en soms zelfs gevaarlijk te snel de rem aantrekt, geeft die extra ruimte in de kabel je de kans om van de eerste schrik te bekomen en niet te (hard) remmen waar dat niet gewenst is.

Weg-band-contact: slippen
Het meest kritisch bij het remmen is het band-weg-contact. Er is een groot verschil tussen banden in hoeveel zij kunnen worden afgeremd zonder te slippen. De meest duurzame banden hebben het hardste rubber. Zij slijten het minst, gaan het minst lek, maar slippen het snelst (ook in de bochten). Op een nat wegdek is dat erger dan op een droog wegdek.
Als je met een groep bent moet je weten of die verschillen onderling zo groot zijn dat je er rekening mee moet houden.

Doseren en overreageren

Remblokjes taps monteren

Remblokjes taps monteren

Je probeert te voorkomen dat de remmen happen en het wiel blokkeert. Dat is bij een velgrem wat lastiger dan bij een schijfrem. De juiste rubbers en de juiste ruimte in de kabel helpen al veel. Eventueel monteer je de remblokken een beetje taps op de velg. Daardoor pakken de remblokken de velg niet direct over de hele lengte van de blokken, maar geleidelijk van voor naar achter (en vooral niet omgekeerd, dan happen ze namelijk nog meer:)).

Het feit dat schijfremmen harder aangrijpen en meer vertragen dan velgremmen is geen voordeel zolang de beperkende factor het contact tussen band en wegdek is. Het grote voordeel van schijfremmen is de (makkelijkere) doseerbaarheid.

Continu remmen, warmte controleren
Als je in een afdaling continu remt om de snelheid laag te houden kan het zijn dat de velgen erg warm worden. Door de warmte kan de binnenband te veel uitzetten en zelfs ploffen. Rij je met tubes, kan de lijm te warm worden en de tubes los komen. Rij je met carbonvelgen kan het carbon slap worden en niet meer goed de druk van de band tegenhouden.
Voel eens aan de velg van met name het voorwiel. De voorrem remt het hardst en wordt dan ook het warmst. Kun je de velg bijna niet beetpakken, is het niet goed. Laten afkoelen, eventueel wat water uit je bidon erop.
Door niet continu te remmen maar korter (en heviger) krijgt de velg tijdens de afdaling meer kans om af te koelen. En rijdend heb je ook mooi de rijwind als koeling.

De profs rijden bijna altijd op carbonvelgen. Maar zij hoeven veel minder vaak en lang te remmen. Voor wielertoeristen is het waarschijnlijk verstandiger om met aluminium velgen te rijden (of met schijfvelgen).
Zie ook: Professionals en wielertoeristen

Reservemateriaal
De fietsenmaker is in de bergen vaak niet om de hoek en bovendien heb je geen zin om je tijd daaraan te besteden. Het is verstandig om in elk geval mee te nemen:
plakspullen, binnenbandjes, buitenbandjes en remblok11speed linkjes (een nat weekeind in de Ardennen kan een setje blokjes verslijten). Een ketting of in ieder geval een sluitschakel, bijvoorbeeld een quick link. En gereedschap, o.a. inbussleutels, schroevendraaiertje, kettingpons. Ben je met een groep is het ook handig om een paar reservewielen mee te nemen.
Hou ermee rekening dat de onderdelen van verschillende leveranciers zoals Campagnolo, Shimano en SRAM meestal niet op elkaar passen. Let ook op of je groep 9, 10 of 11 speed is.

 

Andere weggebruikers

Naar boven
In de bergen ben je op de fiets klimmend naar boven veel minder snel dan het autoverkeer. Je zult makkelijk gepasseerd worden. De vraag is hoeveel ruimte je op de weg inneemt.
Ga je te strak langs de kant rijden, dan zullen achteropkomende automobilisten je meer als een te passeren object zien. En weinig of geen snelheid verminderen en weinig opzij gaan. Je merkt dat ze niet met je ‘in contact’ zijn. Als je iets meer ruimte inneemt reageert een automobilist meestal door iets in te houden en je met meer afstand te passeren. Er is dus contact. Hij houdt rekening met je. En dat is veiliger en prettiger.

Als er ook nog een andere auto als tegenligger aankomt zal de automobilist achter je soms even wachten, maar soms ook krapper langs je heen gaan. (Als je zelf soms automobilist bent ken je de afweging:)). Daar kun je als fietser op anticiperen, omdat je de tegenligger ziet komen.

Seinen naar achteropkomers
Niets is ergerlijker voor een automobilist, bijvoorbeeld van een trage vrachtwagen, dan om achter babbelende ‘twee aan twee’- fietsers te moeten wachten totdat hij kan zien of hij er langs kan. De hele tijd komt er niets aan en op moment dat hij zicht heeft is er net een tegenligger. Zo moet hij een aantal bochten achter de fietsers blijven rijden totdat hij zicht én vrij baan heeft.
Als je als fietser eerder zicht hebt of er ruimte voor de automobilist is, geef hem dan een seintje. Hij is je er dankbaar voor. Je kijkt even om zodat hij weet ‘Ik heb je gezien’. Je maakt contact. Dan een vinger van ‘Attentie, even wachten nog’. En dan gebaar je ‘Je kunt er nu voorbij’.
Eventueel ga je als groep ritsen. Link
Zie ook: Omgaan met medeweggebruikers

Naar beneden
In de afdaling ga je op de racefiets vaak ongeveer even hard als automobilisten.

Ruimte nemen
Je rijdt bergaf niet strak rechts, maar, zoals een motorrijder, rij je ruim. Dan heb je de nodige manoeuvreerruimte. Het is duidelijk voor een automobilist dat jij net zo veel ruimte gebruikt als hij. Daar houdt hij dan rekening mee.
Blijf je te veel rechts rijden, dan kan hij je wel eens passeren op een plek waar dat voor jou niet handig is. Bijvoorbeeld vlak vóór de bocht.
Zie ook: Manoeuvreerruimte houden

Dit ruim rijden in de afdaling voorkomt ook dat je in de vaak slechtere zijkant van de weg terecht komt.

Bochten: verschillen tussen auto’s en fietsen
Bij bochten is er een verschil tussen auto’s (en motorrijders) en fietsers. Auto’s kunnen veel harder en dus later remmen, maar kunnen de bocht veel minder snel nemen. Als fietser neem je minder ruimte in en als je de bocht ook nog ruimer maakt door hem ‘buiten-binnen-buiten’ aan te snijden, kan je harder en scherper door de bocht dan een automobilist.
Zie ook: Hoe rij je bochten die zo scherp zijn dat je je benen stil moet houden?

Het is knap lastig voor je als fietser als een automobilist je inhaalt vlak vóór de bocht en dan vol in de remmen gaat. Hou hem eventueel achter je door breed op de weg te rijden en zo nodig een sein te geven: ‘Even wachten nog’. Dan natuurlijk wel vriendelijk na de bocht het seintje: ‘Ga er maar langs’. En een ‘bedank’ handje.
Als de weg minder steil afloopt en je snelheid terugloopt kun je wat meer rechts op de weg gaan rijden. Eventueel geef je het achteropkomend verkeer het seintje: ‘Ga er maar langs’.

Voorbeeld: fietsers en auto’s trekker

Fietsers worden ingehaald. Mooi te zien dat de fietsers strak rechts en het andere verkeer strak links rijden met goed uitzicht naar voren. In het tweede deel loopt de weg steiler af en is bochtiger. De fietsers zijn in feite sneller dan de trekker, maar het is niet safe om in te halen. De fietser moet steeds remmen. In feite is dit een weggegooide afdaling! Waarom niet even stoppen en daarna weer op gang. Dan heb je de weg vrij en kan je mooi hard dalen.

Voorbeeld: tegenliggers

Inhaalactie met (in de verte) nog een flauwe bocht. Daardoor niet volledig zicht, en toch (ietwat) onverwacht een tegenligger tijdens het inhalen. Risicovol? Zeker wel een beetje. De mannen die ingehaald werden helpen door strak rechts te rijden.
Aan het einde in de bocht nog een tegenligger, maar toen rechts riant ruimte om direct opzij te gaan. Dat moet je wel weten cq geregeld hebben!
Wat betreft het risico, de groothoek (fisheye) vertekent de afstanden een beetje, waardoor het wat riskanter lijkt dan het is.
Aan de onderlinge kreten te horen is er geen paniek.

 

Zie ook: Omgaan met medeweggebruikers

Planning rondje

Kleine wegen naar boven – Grote wegen naar beneden

Als je in de bergen fietst, maakt het voor verkeersdrukte, veiligheid, lekker kunnen dalen enzovoorts nogal wat uit hoe je de route kiest. Bij de planning van je rondje kan je rekening houden met de kenmerken van de weg.
foto kaart met stijgingspijlen (nog te maken)

De kwaliteit van de weg
Er is een grotere kans dat een kleine weg minder goed is. Naar boven doet de kwaliteit van een weg er minder toe dan als je naar beneden gaat. Klimmend heb je weinig last van gaten en hobbels. Een afdaling wordt er een stuk minder leuk door.
Bovendien zal een kleine weg in het algemeen minder autoverkeer hebben. En dat is dan weer leuk voor het klimmen.

Breedte en overzicht van de weg
Een smalle weg met weinig zicht kan prachtig zijn om te klimmen, maar in de afdaling moet je voortdurend remmen. Niet lekker rijden en zonde van de hoogtemeters. En van je remblokken:).
foto (nog te maken)

Een brede weg met mooi asfalt is ook met relatief veel autoverkeer heerlijk om te dalen, maar een crime om te klimmen.
foto (nog te maken)
Zie ook: ‘Lezen’ van de weg

Bij dat afdalen gedraag je je ten opzichte van het autoverkeer anders dan in de beklimming. Je probeert met andere weggebruikers tot een samenspel te komen om veilig  snel te kunnen dalen met mooie lijnen. Als dat lukt is het genieten, voor sommigen meer dan naar boven:)
Zie ook: Andere weggebruikers

Het maakt ook nogal wat uit hoelang je op ene stuk drukke weg rijdt. Klimmend doe je er soms 5 tot 10 keer langer over dan dalend. Hetzelfde stuk weg is wel te pruimen in een afdaling, maar als klim een uur hijgend in de uitlaatgassen en herrie is het heel wat anders.
Kortom: een slimme routeplanning kan je veel plezier geven.

foto

Afdalen op de racefiets

Leren afdalen

Schermafbeelding 2016-02-24 om 21.18.01Afdalen op de racefiets is misschien nog wel leuker dan bergop fietsen. Vanzelfsprekend eerst en vooral veilig, maar ook snel. En dat gaat goed samen.
Afdalen kan en moet je leren. Natuurlijk is het ook een zaak van natuurlijke aanleg. Maar in tegenstelling tot viool spelen kan vrijwel iedere fietser een heel behoorlijk niveau van afdalen leren. In de bergen maak je veel uren bergop en maar heel weinig bergaf. Daardoor maak je niet makkelijk de nodige uren om je afdalen te leren verbeteren.
Je moet er alert op zijn om elke mogelijkheid om te leren aan te grijpen. Achter een paar auto’s hangend kan je zomaar een afdaling verspelen. Even wachten en de auto’s wat voorsprong geven en je kunt lekker je ding doen.

Maat houden
Ook zal je merken dat als je langere tijd niet gedaald hebt, je even moet tunen als je weer in de bergen bent. Bijvoorbeeld hoe ver vóór een bocht je hoe hard kunt remmen. Hetzelfde geldt voor een nieuwe fiets, wielen of banden.
Zoek bij het oefenen je eigen maat. Je gaat naar je grens, maar niet over je grens. Vind je het eng en zeggen anderen dat dit niet nodig is, neem toch je tijd, laat je niet opjagen. Met het zweet in je handen afdalen is echt onzin. Een paar uur meer rustig oefenen en je wordt ook of zelfs sneller beter.

Bochtentechniek op het vlakke
De bochtentechniek die je op het vlakke hebt geoefend kun je ook gebruiken als je op de racefiets een berg afdaalt. Het grote verschil is dat in een afdaling je voortstuwing blijft houden ook al trap je niet. Als een bocht door blijft draaien waar je het niet verwacht, kan dat lastig zijn. Anticiperen dus.
Zie ook: Bochten oefenen
Zie ook: Hoe rij je bochten die zo scherp zijn dat je je benen stil moet houden?

Nat wegdek
Op droog wegdek leer je al gauw hoe hard en schuin je met jouw fiets, wielen en banden kunt rijden. Voor nat wegdek is dat veel moeilijker te leren. Hoe nat is het, is de ondergrond olieachtig enz, hoe verschilt dat per meter? De situatie is dan zo vaak anders dat je veel minder snel leert hoe hard en schuin het kan. Bij nat wegdek zal je veel meer veiligheid moeten inbouwen dan bij droog wegdek.
Zie bijvoorbeeld een natte etappe in de Giro:
http://sporza.be/cm/sporza/videozone/sporten/v-wielrennen/Giro/1.2346235

Aandachtspunten

Houding rechtuit
Iedereen weet: hoe dieper je zit, hoe minder luchtweerstand, hoe harder je gaat.

afdalen houding

Nog minder luchtweerstand heb je als je op de buis zit.

op de buis

Je kunt ook achter het zadel hangen, met je buik op het zadel.
achter zadel

Dat geeft gauw een paar kilometer per uur voordeel. Maar zorg wel dat je controle over het rijden houdt. Kun je in die houding een klap door een gat in de weg goed opvangen?
Oefen er mee en weet wanneer je hem kunt toepassen en wanneer niet.

Houding in bochten
In feite gebruik je dezelfde bochtentechniek als op het vlakke.
In het kort: buitenpedaal omlaag drukken, lichaams-/fietszwaartepunt binnen contactvlak van fiets en weg. Klassieke bocht of skibocht?
Zie verder: Hoe rij je bochten die zo scherp zijn dat je je benen stil moet houden?

Kijken
Zoals bij een bocht in het vlakke kijk je ook verder vooruit in een bocht tijdens een afdaling. Alleen als het wegdek erg slecht is kijk je ook korter voor je om gaten en  dergelijke te vermijden.
Je kijkt door de bocht heen in de richting waar je naar toe wilt. Bij een haarspeldbocht kijk je als dat mogelijk is ruim van te voren al naar een niveau lager.
etage lager kijken

Dit doe je om te zien hoe ver de bocht doordraait en of of er tegenverkeer aan komt.
Kun je niet door een bocht heen kijken, is het een ‘blinde’ bocht, dan moet je veel voorzichtiger zijn. Als je naar de buitenkant van de weg kijkt zie de weg verder dan als je naar de binnenkant van de weg kijkt.
Bij blinde bochten rechtsom, kun je, als daar ruimte voor is, wel zo veel mogelijk links op de weg rijden, zelfs over de as van de weg heen. Dan kan je eerder zien of er wat aan komt in de blinde bocht naar rechts. Hoe verder links je rijdt, hoe eerder je ziet of er wat komt. Komt er wat aan moet je wel snel weer naar jouw weghelft kunnen!
Zie ook: Hoe rij je bochten die zo scherp zijn dat je je benen stil moet houden?

Remmen
Remmen doe je in een afdaling met name vóór de bocht als je nog in een rechte lijn rijdt. Met name met de voorrem. Die remt het meest, zonder in een slip te komen, omdat daar de meeste druk op is. Op het achterwiel staat minder druk en dat zal iets makkelijker kunnen slippen. In rechte lijn is dat schrikken, maar op zich niet erg.
Soms blijf je in een bocht ook een beetje bijremmen. Pas op dat je dan je vóórrem maar heel weinig gebruikt. In een bocht het voorwiel in de slip trekken is bijna altijd vallen.
De achterrem kan makkelijker slippen, maar het effect is meestal niet zo erg. Als je direct de achterrem loslaat trekt de fiets zich zelf weer recht, en sta je wel iets gunstiger in de bocht:). De eerste keer is schrikken. De tiende keer ook. Maar wel wat minder.
In een afdaling kun je proberen door laat te remmen een soort van opgeslagen energie te krijgen voor na de bocht.

Pas op dat je in een afdaling niet continu remt. Daardoor kunnen de velgen te warm worden. Soms met een klapband tot gevolg. Carbon velgen kunnen ook vervormen door warmte.
Vergis je niet dat wij wielertoeristen veel vaker en meer moeten remmen dan de professionals. Wij hebben te maken met ander verkeer, rijden vaker op kleinere wegen, met slechter asfalt.

Corrigeren
knietjeIn de bergen kennen we de meeste bochten niet. Niet zo goed als een bocht in een criterium die je tig keer neemt. Dat betekent, dat hoe goed je ook zo’n bocht ingaat, je vrijwel altijd een beetje moet corrigeren. Dat doe door een knietje de bocht in te steken om wat extra gewicht naar binnen te brengen. Je kunt dat ook doen door in de skibochthouding iets meer in te veren en daardoor wat na te drukken. Bijvoorbeeld in het laatste deel van de bocht als die verder doordraait dan je dacht. Ben je de bocht iets te scherp ingegaan kan je door de skihouding uit te veren of iets hoger/rechterop te gaan zitten de bocht minder scherp maken.
Deze correctie-reacties kun je moeilijk bewust doen, daarvoor komt de noodzaak te onverwacht en gaat het te snel. Die reacties moeten een automatische reflex worden. Dat vereist veel oefenen bij hogere snelheid en (gesimuleerde) stress.

 

In groepen
Als je in een groep racefietsers rijdt is een geleidelijke overgang van ‘vals plat mee’ naar bijvoorbeeld 5 % bergaf tricky. Je rijdt op het ‘vals plat mee’ vaak in een compact peloton. Als de weg iets steiler naar beneden gaat neemt de snelheid ongemerkt toe. Je vergeet dan soms om op tijd meer afstand te nemen.
Om bij een hogere snelheid eventualiteiten op te kunnen vangen heb je veel meer onderlinge afstand nodig. Bovendien is de kans groot dat als de weg steiler naar beneden gaat, hij ook smaller en bochtiger wordt. Op tijd afstand nemen dus.

Verschillende rijders hebben soms een verschillende manier van aansnijden van een bocht en remmen. Daar moet je wel rekening mee houden.

Meestal rijden de mindere dalers van een groep achteraan. Bij een lange afdaling is het handig als er een goede daler achteraan rijdt. Als de laatste man brokken maakt/heeft is het niet leuk om onderaan de berg tot de ontdekking te komen dat hij zoek is en terug bergop te moeten fietsen.

 

Video’s
Cancellara
Klassieker met prachtige muziek. Soepele niet zo moeilijke afdaling. Subtiel gebruik van de skitechniek. Let op de kleine correcties door middel van de knie of het meer inveren in de skitechniek. Let ook op het moment waarop hij achter zijn zadel gaat hangen.

 

Cunego en Sagan, afdaling naar Grindelwald, ronde van Zwitserland 2011.
https://www.youtube.com/watch?v=yAFC_k3JGrA
Technische afdaling, met veel ‘hulp’ van de organisatie door vrijgemaakte weg, strobalen en vooral door borden met informatie over het verloop van de bochten.

Nibali

Prachtige technische afdaling. Met kennis van het parkoers en met een sterke daaltechniek wint Nibali de rit in de afdaling en niet in de beklimming.
Kijk de video ook een keer zonder geluid. De commotie van de commentatoren is begrijpelijk, maar leidt wel af van de geweldige techniek.
Typisch een parkoers dat je als wielertoerist niet zo hard kan rijden. Deze afdaling wordt met ander verkeer, tussen de huizen, het wegdek enzovoorts heel anders. Misschien zal je hem zelfs proberen te vermijden.

Bardet

https://www.youtube.com/watch?v=oU4vVuQ-H6I
Mooie beheerste afdaling. Kennis van de weg is zichtbaar: hij weet waar hij kan uitwaaien bij het uitkomen van een bocht. Hij gebruikt de hele weg. Mooi om zijn kleine aanpassingen te zien in zijn houding. Bijvoorbeeld op 2′.10” hoe hij iets verticaler gaat om de bocht ruimer te maken om om de steentjes heen te gaan en beter uit te komen voor de volgende bocht. OP 10’10’een lichte achterwielslip, mooi gecorrigeerd.
Belangrijk is bij zo’n relatief lange afdaling om de concentratie hoog te houden, 100% bij de les te blijven: bij de weg/bochten/techniek. Een afdaling van een paar minuten is qua vasthouden van die aandacht veel makkelijker dan een lange. Bij een lange afdaling komen er momenten dat je aandacht iets verslapt. Kost tijd.

Bedenk: geen ander verkeer, dus hij kan vol gas door ‘blinde’ bochten. De weg is min of meer gecontroleerd op gaten en kuilen. Wel grind aan de zijkanten. Voor wielertoeristen is zo’n afdaling een stuk minder leuk, vooral omdat je vaak rechts moet blijven vanwege een blinde bocht en daarmee geen mooie lijn kunt rijden.

Gilbert
Een voorbeeld van een goede afdaling onder natte omstandigheden is de afdaling van Gilbert in de ronde van Lombardije van 2010, tweede deel.

1 2