Manoeuvreerruimte houden

Een groep rijdt het meest efficiënt als iedereen compact op elkaar rijdt. Maar daarbij dien je wel manoeuvreerruimte te hebben. Bijvoorbeeld: De wind komt van links dus zit je rechts achter je voorbuurman. De weg gaat wat naar rechts. De groep als geheel zal naar de berm toe bewegen en als je niet oppast word je in de berm gedwongen. Hetzelfde gebeurt als vanwege een tegenligger de groep iets meer naar rechts gaat.

Vooruitzien
Veel van deze situaties kun je al van te voren zien aankomen. Je kunt een mogelijk probleem voorkomen door te zorgen dat je niet klem kun komen te zitten. Je laat je iets afzakken, zodat als het achterwiel van je voorganger naar rechts gaat hij vóór jouw voorwiel langs beweegt.

Hemelsbreed achter
Met name in een ‘finale’ zwaait een groep die in een waaier rijdt vaak wat heen en weer over de weg. Als je ‘hemelsbreed’ achter het achterwiel van de man of vrouw vóór je zit hoef je veel minder mee te bewegen. Prettig voor jezelf en met name ook voor degenen die achter je zitten.

Als je ‘hemelsbreed’ achter je voorman gaat zitten moet je bij zijwind wel iets meer naar opzij te gaan om nog steeds uit de wind te zitten. Dat voordeel willen we natuurlijk niet kwijt als we wat veiliger en rustiger gaan fietsen.

Over de as van de weg rijden

De hele weg gebruiken
Als de wind schuin staat rij je in een ‘waaier’, schuin achter elkaar zodat je zoveel mogelijk uit de wind zit. Behalve degene op kop natuurlijk, maar die vindt het leuk om tegen de wind te beuken, toch?
Als de weg overzichtelijk is en een geen verkeer voor of achter je komt, kan je de hele weg gebruiken, van berm tot berm. Of de hele weghelft als er een doorgetrokken witte streep is. Op die manier kunnen er veel meer mensen in een waaier dan als je alleen de rechter weghelft gebruikt.

Beeld voor en achter
Als je als groep over de as van de weg rijdt is dat natuurlijk niet zonder risico. Belangrijk is dat je altijd weet wat er van voren en van achteren komt. Met name de achterste man kan het beste omkijken om de situatie achter te checken. Maar dat vraagt wel de nodige vaardigheid: je lijn houden en vóór je de nodige speelruimte hebben.
Zie ook: Lijn houden
Zie ook: Manoeuvreerruimte

Als je zo de weg en de medeweggebruikers in de gaten houdt kun je op tijd weer indikken zodat het andere verkeer langs je heen kan. Dat indikken natuurlijk ruim op tijd beginnen met een rustige beweging.
Zie ook: Ritsen
Zie ook: Anticiperen

Blinde bochten

Preventief ritsen
Soms is de weg zo slingerend met een dijk of begroeiing aan de zijkant dat je niet ver vooruit kan kijken. Je hebt dan als het ware een ‘blinde’ bocht voor je. Je kan niet zien of er een tegenligger achter die bocht is.
Als de weg ook nog eens smal is, is het niet handig om twee aan twee te blijven rijden. Mocht er een tegenligger komt is een heel gedoe om snel achter elkaar te rijden.
Veel handiger is het om vóór een ‘blinde’ bocht te ritsen. Je anticipeert daarmee op een mogelijke tegenligger. Is er geen tegenligger was het ritsen overbodig, maar da’s geen probleem, toch? Is er wel een tegenligger dan ontstaat er geen hectische situatie.
Je geeft met signalen aan dat je wilt gaan ritsen. Je roept ”ritsen” of “op lijn”. Ook geef je met gebaren aan wat je collega’s moeten doen.

Verkenner
In ‘blinde’ bochten kan je ook met een ‘verkenner’ werken: iemand die een aantal meters vóór de groep rijdt en op tijd de anderen een sein geeft. Degenen die daarachter rijden hebben dan ruim de tijd om te reageren. Zij moeten dan niet ongemerkt korter op de ‘verkenner’ gaan rijden. Dan is de reactietijd verloren.

Wachten
Als je als groep andere fietsers inhaalt, kan het zijn dat je vanwege een ‘blinde’ bocht met inhalen wacht totdat het zicht weer vrij is.

Verder vooruit kijken
Bij ‘blinde’ bochten naar rechts is het handig om ruim vóór de bocht ver links op de weg te rijden. Je kan dan eerder zien wat er na de bocht komt. Je moet wel snel naar rechts op de weg kunnen, voor het geval dat nodig is. Die ruimte moet dus niet opgevuld worden door iemand anders.

Ritsen

Meestal rij je in een groep twee aan twee, soms zelfs met meer mensen naast elkaar als daar de ruimte voor is. Bij een tegenligger en een smalle weg moet je als groep indikken.

Je gaat als groep dan achter elkaar rijden: je gaat ritsen.

Degene die rechtsvoor rijdt versnelt en maakt daarmee ruimte achter zich zodat linksvoor achter hem kan inpikken. Op die manier heb je veel meer tijd voordat je bij de tegenligger bent. De volgende tweetallen doen hetzelfde.

ritsen-animated

 

Seinen en coachen
Je geeft met signalen aan dat je wilt gaan ritsen. Je roept ”Ritsen” of “Op lijn”. Of je roept “Tegen”. Ook geef je met gebaren aan wat je collega’s moeten doen en maakt het gebaar dat er smaller gereden moet worden.
Zie ook Signalen

NB De natuurlijke reflex, namelijk dat beide rijders remmen, is niet de juiste. Daarmee gaat immers reactietijd verloren, creëer je niet de benodigde ruimte voor het invoegen en komen degenen die erachter rijden makkelijk in de knel.

Met name rechtsvoor moet alleen maar bezig zijn met naar voren versnellen en zodoende ruimte achter zich te maken. De anderen lossen het dan verder wel op. Naarmate je verder achterin een groep zit moet je meer meters indikken. Daarom is het handig om in onoverzichtelijke situaties na een paar rijen al wat meer ruimte te nemen. Zie ook Manoeuvreerruimte houden en Anticiperen en veranderingen langzaam doorvoeren

De goede reactie moet geleerd worden. Daarbij is het belangrijk dat je elkaar coacht. Dat kan met woorden. Vaak gaat het met handen sneller, bijvoorbeeld: linksvoor duwt rechtsvoor naar voren.

Waaier
Rij je op een openbare weg in een waaier en moet er geritst worden, dan kan het zijn dat de waaier van bijvoorbeeld zes terug moet naar twee of drie rijders schuin naast elkaar. Eigenlijk wordt het dan een serie kleine waaiers. Het is dan handig of sociaal als een sterkere rijder op kop een van die volgende kleine waaiers gaat rijden, in plaats van een zwakkere die daar toevallig terecht komt. Tenzij je als sterkere rijder er voor kiest zoveel mogelijk uit de wind te blijven rijden:)

Anticiperen en veranderingen langzaam doorvoeren

In een groep fiets je anders dan in je eentje. Als je in je eentje fietst en er ligt een plas of een kuil voor je, slinger je je er even langs heen. Is de weg smal en moet je wat meer naar rechts tegen de berm aan vanwege een tegenligger kan je die beweging naar rechts snel doen.

Als je zulke veranderingen in een groep even snel zou doen is de kans groot dat er iemand achter je verrast wordt. In het ergste geval met een valpartij tot gevolg. In alle gevallen wordt het rijden in de groep een stuk onrustiger.

botenVooruit kijken en langzaam veranderen
De kunst is om de noodzaak van veranderingen in richting of snelheid ruim vooruit te zien en die dan langzaam door te voeren.
Op het water verschillen grote en kleine boten in hoe makkelijk ze van richting of snelheid kunnen veranderen.

Als fietser ben je in je eentje meer een speedboot, als groep een vrachtschip.

Je zal in een groep rijdend vaker door een plas rijden in plaats van eromheen, simpelweg om het voor je achterbuurman niet gevaarlijk te maken. Liever een beetje nat dan dat het gevaarlijk wordt.

Seinen
De meeste veranderingen van rijrichting geef je ook aan met een signaal.
Zie ook Signalen

Ook als je gaat stoppen zal je in een groep daarvoor veel meer tijd nemen dan als je alleen rijdt.
Zie ook Signalen

Als je anticipeert op mogelijke veranderingen en daardoor de tijd hebt om het langzaam te doen, zal je merken dat je als groep veel rustiger om allerlei obstakels heen manoeuvreert. De snelheid blijft hoger en je hebt minder last van het harmonica-effect. Er klinken ook minder alarmkreten en met zijn allen kom je in een mooi soort van flow.
Als je achterin de groep rijdt antipeer je makkelijker als je door de groep heen naar voren kijkt. Alleen kijken naar het achterwiel van degene die voor je rijdt is letterlijk kortzichtig:).