Wanneer welke bochtentechniek?

Bij het wielrennen zijn er verschillende manieren om een bocht te rijden.
Wanneer gebruik je nou welke bochtentechniek?

Achter je hoofd aan/paard en wagen
Als je heel langzaam rijdt en je moet keren, kan je dat niet met een schuine fiets doen. Je zou omvallen. Je draait dan met je fiets en lichaam rechtop, met stuur en ver naar achteren omgedraaid hoofd.

klassieke bochtKlassieke bochten
Klassieke bochten worden vaak gebruikt bij flauwe bochten in het parkoers, die ook steeds terug komen, zoals in een criterium. Op een gegeven moment weet je precies hoe hard je door de bocht kunt gaan en hoe schuin je daarbij moet hangen. En zelfs tot waar je kunt doortrappen en waar niet.

Skibochten
skibochtSkibochten gebruik je bij scherpere bochten. Ook als de bocht verder doorloopt dan je verwacht, gebruik je hem om extra druk te geven om de bocht te kunnen houden. Met name in een afdaling kan dat van pas komen:).
In parkoersen waar je bochten maar één keer tegenkomt en je ze dus niet goed kent kun je met de skibocht sneller correcties maken.

De Skibocht is wat dynamischer, de klassieke bocht wat statischer. Probeer eens te voelen hoe snel je met de verschillende technieken correcties kunt maken.
Als er nattigheid, grind of zand op de weg ligt is het veiliger om de bocht in drie delen te nemen. Op het goede wegdek knik je lekker in, op het stuk met mogelijk slipgevaar vouw je de V iets meer open, waardoor je er rechter, met minder gevaar, doorgaat en daarna knikt je nog eens scherp in.

In het filmpje van de afdaling naar Grindelwald, ronde van Zwitserland 2011, zie je zo’n correctie van Cunego op 4 min 14, in slomotion op 4.23
http://www.bing.com/videos/search?q=Grindelwald+Cunego&=&view=detail&mid=D4C2DEF84528D0F4D633D4C2DEF84528D0F4D633&FORM=VRDGAR

Knie
Met je knie kun je ook snel nog wat extra gewicht verplaatsen. Dus ook goed voor tussentijdse correcties. Je ziet het veel in rondes als de Tour de France, waar de bochten niet bekend zijn.

 

Het verschil tussen de klassieke bocht en de skibocht wordt verder uitgewerkt in: http://www.fiets.nl/forum/viewtopic.php?f=14&t=1757
Daar staan ook vergelijkingen met skiën, schaatsen en motorrijden.
Natuurlijk met de klassieker van Cancellara, met mooie muziek van Mozart.

 

Valpartijen en verschillende bochtentechniek
Het is lastig om te bepalen welke bochtentechniek wanneer beter werkt om een valpartij te voorkomen. Je zou het moeten testen, maar hoe dan? Je moet het dus doen met het analyseren van valpartijen uit de praktijk. Van bijna-valpartijen, veel groter in aantal, kan je ook erg veel leren. Als je maar niet alleen blijft bij: ‘Oef, dat ging maar net goed, wat een pech, net die auto enzovoorts”, maar ervan probeert te leren. De vraag is “Wat zou ik in een zelfde situatie anders en beter hebben kunnen doen?” En “Hoe maak ik me een dergelijke betere reactie eigen?”

Onder http://slimmerfietsen.nl/valpartijen/ staan een paar video’s van valpartijen uit prof wedstrijden met een analyse waarom het mogelijk fout ging of beter: of een bepaalde stuurtechniek minder kans op vallen zou kunnen hebben.

Zie ook het verschil tussen onbewust en bewust leren: Leren

Bochten rijden natuurkundig

Bij het bochten rijden op de racefiets gaat het om drie doelen:
bochten natuurkundigHanteren van de middelpuntvliedende kracht
Controleren en zoveel mogelijk snelheid meenemen
Snelle tussentijdse correcties kunnen maken

Daarbij spelen een rol:
• Hellingshoek ten opzichte van het wegdek. Effect op wegglijden
• Lichaamszwaartepunt (LZP) in het horizontale vlak dicht boven of veraf ten opzichte van het contactpunt van de wielen met het wegdek. Effect op wegglijden
• Hoogte LZP ten opzichte van het wegdek

Voor een bocht met straal (r) en fietssnelheid (v) staat de hellingshoek (theta) van het zwaartepunt vast. Deze is altijd: theta = arctan(v^2/gr). Gegeven deze hellingshoek kun je vrijelijk variëren met de relatieve positie van fiets en fietser.

Tevens kunnen snelle correcties op de ingezette koers worden gemaakt door te spelen met de positie van het lichaam. Dat kan door een knie uit te steken. Ook kun je met de knik van de skihouding snelle kleine correcties maken (knik meer of minder inveren). In het filmpje over Cancellara kun je dit mooi zien.
Als je een bocht rijdt met de skihouding kun je sneller kleine correcties maken dan met de klassieke houding in één lijn.

Door het knikken in de skihouding gaat er minder massa scherp door de bocht, maar neemt een deel een wijdere bocht. Daardoor hoef je minder middelpuntvliedende kracht te compenseren.

Door naar buiten te leunen met je bovenlijf krijg je meer loodrechte druk op het voorwiel en daarmee meer controle. Dit kan de horizontale kracht naar buiten ten gevolge van de middelpuntvliedende kracht compenseren. Hierdoor wordt de kans op wegglijden minder.
Dit versterkt het effect van het omlaag drukken van het buitenpedaal.

Bij het ingaan van een bocht gebruik je bewust of onbewust een ‘voorzwaai’, dat wil zeggen eerst tegensturen voordat je naar de gewenste kant ‘valt’. Zie Bochtenwerk


Verschillende bochttechnieken

Achter hoofd aan/paard en wagen

Als je langzaam een korte bocht neemt, je keert bijvoorbeeld op een fietspad, dan stuur je vanuit hoofd en schouders. Je kijkt ver achter je en trekt je fiets achter je hoofd aan de bocht door. Als een paard een wagen. Lichaam en fiets zijn rechtop. Bij een schuine positie, zou je bij de geringe snelheid omvallen.

Bij hogere snelheid kan je bij het wielrennen grofweg op twee verschillende manieren een bocht rijden, met de klassieke bocht en met de skibocht.

Klassieke bocht
De meeste mensen rijden een bocht met lijf en fiets in één lijn. Vaak met hoofd en schouders de bocht in gewend. Lichaam en fiets hangen in één geheel schuin in de bocht. Hoe scherper de bocht, hoe schuiner. Dit is de klassieke bocht.
Soms wordt een ‘voorzwaai’ gebruikt om de fiets lekker de bocht in te laten vallen. Bijvoorbeeld bij een bocht naar links, rij je eerste een beetje naar rechts om daarna naar links te vallen.

Skibocht
Een andere houding is de ‘skibocht’. Dan is er een knik, een V, tussen onderlijf en fiets en je bovenlijf.

Hoe gaat de skibocht?

• Je drukt met de binnenkant van je dijbeen het zadel opzij in de richting van de bocht
Voor sommigen helpt het om je te focussen je op je schuine buikspieren.

• Vóór de bocht druk je het stuur aan binnenkant naar beneden en trek je het aan de buitenkant naar boven
Fiets en onderlijf neigen naar binnenbocht, het bovenlijf blijft achter in buitenbocht. Dit levert een V-houding zoals bij het skiën op. De fiets komt schuiner te hangen dan met de klassieke houding, waardoor de radius kleiner is en je een scherpere bocht kan nemen. De hoek tussen het zwaartepunt van lichaam en fiets samen en de lijn tussen de twee contactpunten van de wielen met grond bepalen hoe scherp de bocht is.

Doordat je bovenlijf meer naar buiten hangt, buiten het stuur als het ware, krijg je een binnenwaartse gerichte kracht op het voorwiel waardoor er minder kans is dat het voorwiel uitbreekt.

Een mooie demonstratie is https://www.youtube.com/watch?v=N_NCDf283ic
Na een langer verhaal is de demonstratie aan het eind.

• Binnenarm en buitenbeen drukken in een diagonaal naar beneden
Als je erop let voelt dat mooi aan. Precies anders dan in een sprint of staande klimmend bergop, waar je juist éénzijdig drukt en trekt.

• Finetunen
Finetunen van een bocht doe je door meer of minder inveren van de V-houding of meer of minder de knie uit te steken.

Op een fietspad met witte streepjes in het midden of een plek waar je een aantal bidons neerzet kun je goed oefenen op de twee stijlen.
Zie ook: http://slimmerfietsen.nl/bochten-oefenen/

Zie ook: http://www.fiets.nl/forum/viewtopic.php?f=14&t=1757
Zie ook: http://www.snowplaza.nl/weblog/topics/skitechniek/

Zie verder: Wanneer welke bochtentechniek?

Hoe rij je bochten die zo scherp zijn dat je je benen stil moet houden?

Het rijden van bochten op de racefiets is moeilijker dan rechtuit rijden. Maar er valt veel mee te winnen en het is als je het beter onder de knie krijgt erg leuk om te doen. Hoe rij je een goede bocht, snel en veilig?

Hou je handen onder in de beugel
Met handen bovenop de remmen kan het ook wel, maar als het hard gaat en de bocht scherp is heb je meer controle met je handen onderin de  beugel. (Je moet wel regelmatig oefenen met het onder in de beugel rijden om dat comfortabel te kunnen.)

Hou je buitenbeen omlaag en je binnenbeen naar boven.
Dit om te voorkomen dat je de grond raakt, maar vooral om de fiets naar binnen te drukken als de fiets door de middelpuntvliegende kracht naar buiten wordt geduwd. Vooral als het glad is of kan zijn, is dit veiliger.
cadel

Als de druk niet op het buitenbeen maar op het binnenbeen is, is de kans op wegglijden aanwezig.

Kijk in de richting waarheen je rijdt
Kijk naar voren in de richting waarheen je wilt rijden en niet kort voor je op de grond. Door verder te kijken word je rijlijn vloeiender.
Als je vanwege begroeiing of een rotswand een bocht niet volledig door kan zien, kijk je zo ver mogelijk naar voren naar de buitenkant van de weg. Dat is het verst weg.

handen onderin afdalen

De goede lijn in een bocht is: buiten-binnen-buiten
Je gaat de bocht wijd in, gaat langs de binnenkant van de bocht en laat hem weer uitwaaieren. Op die manier is de bocht minder scherp en ga je er makkelijker en harder doorheen. Als je daarbij over de (denkbeeldige) middenlijn van de weg gaat, wordt de bocht nog minder scherp. Let wel op of er achter je niets aan komt. En natuurlijk ook voor je.

 

bochtendiagram


Zie ook: Over de as van de weg rijden

De afdaling van Roglic in de Tour de France, etappe 17 is een mooi voorbeeld van een wringende afdaling
https://www.youtube.com/watch?v=oLFfAyn-Mus    1’30’’

Te veel sturen vanuit de schouders, lichaamszwaartepunt (zadel) te ver naar buiten. Waardoor het wat wringt en hij ook regelmatig wat de bocht uit drijft en zo te zien ook aan het eind van de bocht veel snelheid heeft verloren.
Ook gaat hij de bocht wat vroeg in, daardoor gaat hij te vroeg naar de binnenkant van de bocht. Daardoor wordt de bocht langer doorlopend en komt hij er wijder uit.
Dit ondanks dat de afdaling van de Galibier nogal makkelijk is.
Opvallend is dat de commentatoren spreken over: ‘fantasic descending skills’ en ‘an absolute terrific decent of the Galibier’. Misschien is het een kwestie van taalgebruik, zij spreken wel meer in de overtreffende trap. In ieder geval zie ik dat anders.
Interessant is een interview waarin Roglic gevraagd werd of zijn carrière als schansspringer hem voordeel voor het afdalen had geboden. Wel wat betreft gewenning aan snelheid (op de schans +/- 100 km per uur). Maar verder niet, was zijn antwoord.
Bij ex-skiërs zie je vaak wel dat hun bochttechniek op de fiets er voordeel van lijkt te hebben.

Als er in de bocht gladde stukken zijn door nattigheid, zand of zo, dan probeer je die bocht in stukken te nemen. De gladde stukken neem je zoveel mogelijk rechtuit, op de goede ondergrond neem je de bocht extra scherp.

Stuur meer met je gewicht dan met je stuur
Door het verplaatsen van je gewicht naar de binnenkant van de bocht stuur je makkelijker en veiliger dan door het draaien van je stuur. Om het gewicht te verplaatsen druk je met de binnenkant van je dijbeen het zadel de bocht in.
sturen met gewicht

Zie ook: Bochten natuurkundig

Hou je gewicht laag
Je hebt soms de neiging om in een bocht iets omhoog te komen. Oefen om die natuurlijke, maar niet verstandige reflex om te bouwen.

Race the Ridge road cycling stage race in Maple Ridge, BC sponsored by Local Ride Bike Shop


Remmen
Remmen doe je vooral vóór de bocht, en wel zo laat mogelijk. En zoveel dat je niet te veel hoeft bij te remmen in de bocht. Met de voorrem kun je het meest vertragen.
In de bocht kun je zo nodig een beetje bijremmen, maar graag alleen met de achterrem. Raak je voorwiel in een slip, dan is het bijna altijd vallen. Raakt je achterwiel in een slip, dan gebeurt er meestal niet veel als je direct de achterrem loslaat. In het algemeen kom je dan met de schrik vrij. En omdat het achterwiel iets naar buiten schuift sta je wel gunstiger in de bocht:). Mountainbikers maken bewust gebruik van dit effect.
mountainbikedrift

Wegslippen van het achterwiel omdat de rem blokkeert geeft in het algemeen minder problemen dan wanneer het achterwiel wegslipt omdat je de druk op het binnenpedaal hebt in plaats van op het buitenpedaal.

Bochten in delen nemen
In een deel van een bocht kan het slipgevaar groter zijn dan in de rest van de bocht. Door zand, grind, nattigheid, witte lijn, die je niet vertrouwt, een gat en dergelijke. Dan deel je die bocht in delen in.

De goede delen neem je scherp en het twijfelachtige deel minder scherp. Vooral met de skitechniek gaat dat makkelijk. Je knikt meer of minder in. Ook met de knie kan je die variatie van scherpte bereiken.

Zie verder: klassieke bocht en skibocht

Weer gaan trappen
Je kunt bij het uitkomen van de bocht weer voorzichtig beginnen met trappen, maar wel in het zadel, zodat je achterwiel niet wegslipt. Pas als je weer rechtuit rijdt kun je eventueel uit het zadel komen.

Als je te vroeg in het laatste deel van de bocht weer begint met trappen c.q. uit het zadel komt voordat je weer rechtuit rijdt, kan de druk tegen de middelpuntvliedende krachten te gering worden en kan je achterwiel wegslippen.

Na de bocht
Uit de bocht gekomen zit er normaal gesproken meer afstand tussen de renners. Dat is een goed moment om te kijken waar iedereen zit. Wil of moet je aardig zijn, bijvoorbeeld in een ploegentijdrit, dan laat je de anderen rustig terugkomen. Wil je de koers hard maken, dan is dit een moment om nog wat extra gas te geven:).

Zie verder: klassieke bocht en skibocht

Bochten oefenen?

klassieke bocht2Op de racefiets rij je veel minder bochten dan dat je rechtuit rijdt. Daardoor oefenen we het rijden van bochten veel minder, terwijl goede bochten rijden moeilijker is dan rechtuit rijden:).

Juist in de bochten kan je veel winnen.
Goede bochten rijden is ook prettig voor je maatjes als je in een groep fietst. Als jij vierkant een bocht door gaat, verlies jij veel snelheid, maar moeten ook zij na de bocht weer veel versnellen. Bovendien komt jouw vertraging soms onverwacht. Schrikken dus voor de maatjes achter je. Als jij mooi en vloeiend door de bocht gaat is dat voor de achterop komenden aangenaam.
Ook het rijden van bochten in een afdaling moeten bewust of onbewust geleerd worden.

Benen stil houden of doortrappen?
Kijk eens, als je met een groep een rondje rijdt, hoe iedereen een bocht neemt. Onbewust laten de meesten voor een bocht al veel snelheid weg en houden te veel de benen stil. Dat kan mooier, sneller en veiliger! Probeer te leren hoe lang je gewoon kan blijven doortrappen.

Hoe rij ik eigenlijk een bocht op de racefiets?
bocht met lijnenGa bewust een bocht oefenen. Zoek een parkeerplaats of een parkoers. En probeer het uit. Welke lijn kies je? Wanneer rem je en hoe hard? Hoe is je houding? Hoe lang blijf je doortrappen? Hoe schuin kan je gaan? Waarmee stuur je eigenlijk? Waarheen kijk je? Het is leuk om te ontdekken wat je allemaal wel of niet doet. En je vaardigheid wordt daardoor ook groter.
Eventueel plak je een luciferdoosje onder de pedalen. Als je de grond aantikt is dat dan minder heftig, als wanneer je dat met het pedaal zelf doet.
Overigens, als je met het pedaal de grond aantikt is het meestal ‘zonder erg’. En na een paar keer schrik je niet meer zo:).

 

Behendigheid
Voor het rijden van bochten is behendigheid op de fiets erg helpend. Een oefening in ‘voertuigvaardigheid’ is bijvoorbeeld het al rijdend neerzetten van je bidon en weer oppakken.

bochten oefenen

Slalommen

Om een rijtje bidons heen rijden levert veel gevoel voor bochten op. Die bidons, die je natuurlijk al rijdend neerzet :), zet je dan steeds dichter bij elkaar of steeds verder uit elkaar. Dat levert dan een andere manier van sturen op. Meer vanuit schouders/stuur in korte bochten en meer vanuit heupen/zadel in iets langere bochten. Probeer maar uit.

Zie hoe de rijder deze korte bochten vanuit zijn schouders stuurt, het zadel blijft relatief in dezelfde positie, en er zelfs in de bocht een duw aan geeft om extra snelheid te maken.
Slalommen kan je ook makkelijk tijdens een rit tussendoor doen. Op een weg of op een fietspad met een middellijn van onderbroken streepjes. Ga daar slalommend omheen. Varieer in snelheid en in lengte van de tussenafstanden: drie streepjes per bocht, twee streepjes enzovoorts. Kijk hoe jij die bochten maakt. Stuur je met het stuur of met gewichtsverplaatsing? Stuur je met je heupen of met je schouders? Verplaats je je gewicht in de vóór-achterwaartse richting? Druk je je voorwiel op de helft van de bocht? En daarna je gewicht weer wat naar achteren? Krijg je daar versnelling uit? Komt er ritme in je beweging bij de opeenvolgende bochten?
Verplaats je handen. Op de remgrepen. Onder in de beugel. Strak langs de stuurpen, zoals in het filmpje. Dan leer je steeds meer met gewichtverplaatsing te sturen.

In deze wat langere bochten stuurt de rijder meer door gewichtsverplaatsing vanuit heup/zadel.

 

Ook op een stadsfiets of mountainbike kun je dit soort oefeningen doen. Als je op andere fietsen met andere stuureigenschappen bewust de bochten neemt en ontdekt wat je eigenlijk doet, worden je bochten op de ook racefiets beter.

Zie ook het verschil tussen onbewust en bewust leren: Leren

Het voorgaande is als het ware het onderzoeken hoe jij je bochten rijdt en ontdekken wat werkt en wat niet. Natuurlijk is er een aantal beproefde stelregels over de manier hoe je een bocht het beste rijdt.

 

Afstand houden

In een groep fietsend wil je zo kort mogelijk in het wiel rijden van elkaar om zo veel mogelijk windvoordeel te hebben. Logisch. Maar wel met zo veel ruimte dat je niet per ongeluk tegen de ander aanrijdt. Wat is de juiste afstand?
Dat hangt af van je eigen stuurmanskunst, maar ook van die van de anderen. In een vreemde groep moet je altijd een beetje extra ruimte nemen om niet voor verassingen te komen staan.
Hoe groter de groep is, hoe groter het ‘harmonica-effect’ is. Vanwege de reactiesnelheid zullen in een groep degenen die verder naar achter rijden relatief steeds later remmen en dus steeds harder gaan remmen. Het is hetzelfde als met auto’s op de snelweg. Voor dat ‘harmonica-effect’ kun je beter wat ruimte inbouwen.

Bij hogere snelheid moet je meer onderlinge afstand nemen, omdat je in dezelfde reactietijd meer afstand aflegt. Daarom zie je in bergetappes de onderlinge afstand in de afdaling behoorlijk groot worden.
afstand houden

Sneaky zijn glooiende parkoersen. Als je daar kort in elkaars wiel rijdt en de weg gaat een beetje naar beneden, heb je soms niet in de gaten dat de snelheid omhoog gaat. Je houdt dan dezelfde afstand aan terwijl bij die hogere snelheid je al wat verder uit elkaar moet rijden.

Als je achter elkaar rijdt en je tikt elkaar aan, is de achterste altijd de klos. Zijn of haar stuur knikt om. De voorste rijder heeft maar weinig problemen, omdat de achtertrein van een fiets stijf is.

Als je in een groep rijdt moet je niet alleen voor de veiligheid van jezelf zorgen maar ook voor die van degenen die achter je rijden. Vandaar dat je nooit grove/snelle richtings/snelheidswijzigingen doet. En je elkaar veel signalen geeft als je van richting of snelheid verandert.
Zie ook: Veranderingen langzaam doorvoeren
Zie ook: Signalen

Daarbij helpt het als je ver vooruit kijkt en anticipeert.
Zie ook: Vooruitkijken, zie manoeuvreerruimte

 

 

Links

Het fietsen op de openbare weg wordt veel bediscussieerd. Het onderwerp veiligheid speelt daarin vaak een grote rol. Een aantal links:

          • Discussie-topic op het fietsforum.
          • Opleiding tot wegkapitein van de NTFU.
          • Gedragsregels ZTIKZ: Wielertrainingen ZTIKZ.pdf
            Goed om duidelijk te hebben hoe de normen zijn binnen je vereniging. Blijft het probleem van het verschil tussen (geschreven en onderschreven) woord en daad op de fiets. En hoe je daar mee omgaat.
            Je hebt nu in ieder geval de gedragsregels als toetscriterium, waarmee je elkaar kunt aanspreken.
            Zie ook: Mindset en groepsdynamiek
          • Race- en toerfietsen op de openbare weg, onderzoek SWOV
          • Artikel van Theo Heuzen over het fietsen in groepen op de openbare weg, gepubliceerd in Fiets Magazine nr.4-2015.
          • www.fietsica.be Een website die de natuurkunde van het fietsen beschrijft. Heerlijk om eens rond te struinen

Over ons

theo-heuzenIdee, tekst en beelden

Theo Heuzen, Drs. Th. J.
Organisatieadviseur
Schaatser, fietser/wielrenner

www.heuzen.nl
info@heuzen.nl

Als organisatieadviseur word ik betrokken bij vraagstukken over strategie, structuur en functioneren. Daarnaast doe ik vanuit mijn hobby’s schaatsen en wielrennen o.a een project rondom veiligheid op natuurijs: www.veiligheidopnatuurijs.nl en adviseer en schrijf ik over tijdrijden, teampursuit, bochtentechniek en dergelijke.

Vanuit de (wedstrijd)sport haal ik inspiratie voor mijn organisatieadvieswerk, bijvoorbeeld bij thema’s als: competitie en samenwerking, voorbereiding en mindset/focus. Het beschouwen van werken en presteren in organisaties als het bedrijven van topsport is aantrekkelijk. Maar wordt vaak onjuist vormgegeven en geeft dan een contraproductieve mindset.

Heuzen-LogoHet beïnvloeden van gedrag op de openbare weg gebeurt vanuit de officiële instanties vanuit twee kanten. De harde kant: de inrichting van de weg en de regelgeving, en de zachte kant: het moreel appèl om ‘heer in het verkeer’ te zijn. De harde kant is nodig en levert snelle effecten op, maar te veel nadruk daarop leidt bijvoorbeeld tot een overdosis verkeersdrempels, en verleidt de verkeersdeelnemers om een ander te zien als obstakel en niet als medeweggebruiker. Oproepen tot sociaal gedrag, die niet compleet en specifiek genoeg zijn, legt men makkelijk naast zich neer.
Soms lijkt de oplossing simpel en is het dat ook. Soms is het niet zo simpel, anders was het allang zo geregeld. ‘Slimmer Fietsen’ probeert daar rekening mee te houden, onder andere door te focussen op bekwaamheid in samenspel en competitie.

 

Website, vormgeving, beelden en animaties

edwinEdwin Haan
Fiets Magazine
Fietser/Fotograaf/Redacteur
www.fiets.nl
redactie@fiets.nl

Grootste bemoeial op de redactie van Fiets Magazine, en niet alleen vanwege zijn lengte. Vandaar een mailsignature van 3 regels met daarop fotograaf, webmaster, digital content manager en chef-redactie. En dan schrijft hij in voorkomende gevallen ook nog wel eens een stukkie over een mooi fietsland. fietslogoCollega’s omschrijven hem als 2 meter Hollandse nuchterheid, no-nonsense, IT, windsurfen, duiken, basketball en oh ja: fietsen! Van de hoofdredacteur moet hij niet zo lopen koketteren met een brede belangstelling, en gelijk heeft ie. Fietsen doet hij op mountainbikes, crossers, een oud tijdrit barrel en natuurlijk een racefiets in maatje XXL.

 

Cartoons

felix

Felix Guérain
Tekenproducties
www.felixguerain.com

Tekenen is alsof je voor het eerst over een besneeuwde en ongerepte steppe mag trekken, waarbij de sporen die je achterlaat de lijnen van een tekening zijn. Het is iedere keer een avontuur waarin van alles kan gebeuren. Het potlood en papier zijn voor mij een paspoort voor een leven zonder grenzen.

Ik heb het geluk gehad mijn jongensdroom te mogen verwezenlijken. Als illustrator en tekenaar heb ik al vrij jong de gelegenheid gekregen om als rechtbanktekenaar aan de slag te kunnen en criminelen een gezicht te geven. Een ander deel van mijn werk bestaat uit het illustreren van boeken, verhalen, en zelfs van managementsessies van grote gerenommeerde bedrijven, waar ik veranderingsprocessen en interactie binnen het management team aan het papier toe vertrouw. Een veelzijdige baan met alleen een potlood en papier.

 

 

Met dank aan
Kees van Rijn, Erik de Vries, Erik Verwey, Kees de Vrij, Wilbert Smit, Ad van Helmond, Arjan Hulsebos en vele anderen.

 

Elkaar coachen

Elkaar coachen doe je bijna ongemerkt als je in een groep rijdt. Bijvoorbeeld wijs je de anderen op een paaltje. Of op tegenliggers, waardoor we moeten ritsen.
De voorsten in een groep doen dat vanzelfsprekend. Verderop komen de signalen soms niet door. Bijvoorbeeld als degenen die tussenin rijden druk in gesprek zijn en het signaal niet naar achteren doorgeven. Dan kunnen de achtersten wel eens overvallen worden door een paaltje.

Je coacht elkaar ook om met zijn allen beter uit de wind te zitten. Bij weinig wind voel je op kop niet altijd even goed waar die vandaan komt. In het wiel merk je veel beter waar de wind zit en dus de kopman zou moeten rijden. Degenen die achter rijden roepen dan ‘tikkie links’ of ‘tikkie rechts’ om de kopman of -vrouw in de juiste positie te brengen.

Denk erom om alle richtingsveranderingen langzaam te doen.
Zie ook: Anticiperen en veranderingen langzaam doorvoeren

Feedback geven

Dit is wellicht niet de juiste manier om feedback te geven.

Dit is wellicht niet de juiste manier om feedback te geven.

Als iemand naar jouw smaak een ‘fout’ maakt probeer je hem bij te brengen wat hij fout doet en hoe het beter kan.
Je vertelt concreet wat je hebt waargenomen van het rijgedrag van de ander. Bijvoorbeeld: “Je reed daar en dan om een plas heen, is je dat zelf ook opgevallen?” Dan geef je aan wat het effect was op jou of de anderen in de groep: ”Achter je ontstond er een golfbeweging door de groep en dat is natuurlijk niet zo veilig.” Dan pas geef je aan hoe het beter kan: “Doe een volgende keer ….”.
Zo klinkt dit natuurlijk geforceerd en overdreven. Maar je snapt het idee: niet uitkafferen, maar op een rustige manier feitelijk zijn in de waarneming en concreet aangeven hoe het anders moet. Eventueel legt je uit waarom dat beter is. Dat helpt altijd:)

Vaak is het handig om niet direct feedback te geven wanneer er iets fout gaat. Iets later spreek jij waarschijnlijk wat rustiger en staat de ander meer open voor kritiek.
Misschien ken je de slogan: duidelijk op inhoud, zacht op relatie. “Mag ik je wat zeggen?”, “Is het een idee als …”. “Wat mij betreft …” zijn zinnen die veel ruimte aan een ander laten. En hem of haar niet tegen de haren in strijken.
Als er sprake is van een (informele) gezagsverhouding, (ervaren-onervaren rijder) kan het inhoudelijk stelliger: “De volgende keer als je kop over neemt, doe je dat zus en zo …” Uiteraard wel op een vriendelijke toon.
Natuurlijk begin je wel eens met een schreeuw vanuit schrik of irritatie. Dan is het handig om daarna eerst de spanning uit de lucht te halen. “Sorry, dat ik zo schreeuwde. Ik schrok, vandaar. Mag ik je …”

communicatieballon

Feedback ontvangen
Feedback ontvangen is net zo moeilijk als feedback geven. Maar als je het goed doet leer je wat en bovendien voelt een ander zich vrij om je nog eens een tip te geven. Niet gelijk antwoorden met “Ja maar”, maar eerst doorvragen: “Waar was het precies, wat deed ik, wat was het gevolg daarvan, wat wil je dat ik anders doe?” Pas daarna kan je zo nodig in discussie gaan als je het er niet mee eens bent.

Feedback is moeilijk
Feedback geven en ontvangen is niet makkelijk, zeker met weinig lucht in je longen en de schrik in je benen. Je hoeft het ook niet precies volgens het boekje te doen. Fietsers zijn meestal wel wat kreterige communicatie gewend:).

feedback

 

In groepen fietsers zijn de ‘leiders’ al gauw degenen met de sterkste benen. Soms degenen met de grootste mond. En vaak zijn dat dezelfde:). Dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Het is een grote kunst om met de zwakste benen toch de anderen te coachen als dat jezelf of de groep als geheel helpt. Bij het waaierrijden bijvoorbeeld. Dan zet je als zwakkere de sterke mannen of vrouwen op kop goed aan de windkant. In een ploegentijdrit is dat zelfs een voorwaarde dat de zwakkeren de anderen coachen. Daar geldt: Zwakke benen, juist grote mond! Ook al dat nog zo moeilijk.
Zie ook: Leren
Zie ook: Mindset en groepsdynamiek
Of als je met je groep door een drukke dorpsstraat rijdt, dan kan het natuurlijk ook een ‘zwakkere’ zijn die ervoor zorgt dat het tempo eruit gaat. Is ook prettig voor de aanwonenden en andere weggebruikers.

1 2 3 4