De waaiercoup van Quick Step (Giro 2017, etappe 3)

Een prachtige etappe, met een demonstratie waaierrijden in volle hectiek.

http://nos.nl/video/2171992-quickstep-rijdt-concurrentie-aan-gort-gaviria-maakt-het-af.html

Interessante punten:
1. Op het juiste moment zitten alleen de mannen van QS op de voorste posities. Terwijl iedereen wist dat het daar ging gebeuren en er continue om die voorste posities is gevochten. Op 3 anderen na waaronder Greipel, zijn alle anderen niet ter plekke. Niet te vroeg, niet te laat, het zijn een paar seconden waarin het moet gebeuren. En wel door iedereen van de ploeg/het pact.
2. Het uitmeten hoeveel ruimte er moet zijn zodat de eigen mannen uit de wind mee kunnen en de concurenten op de kant zitten en dus in de wind.
3. Het inhouden van de QS mannen aan de kop zodat hun sprinter Gaviria er (in het wiel van een ploeggenoot) naar toe kan rijden.
4. Deze in het waaierrijden geoefende professionals kunnen op minder volle kracht een perfecte waaier neerzetten. Op volle kracht maken ze kleine fouten, die ze weten te corrigeren. Bijv Jungels rijdt een paar keer iets te hard. Hij houdt in. Anderen rijden het gat langzaam dicht zodat de rest vloeiend mee kan. Er moet iets meer naar de wind toe gereden worden. Waaierrijden op volle kracht is een voortdurend corrigeren.
5. De communicatie in alle hectiek en herrie. Je ziet ze praten door de oortjes en reken maar dat er geroepen en geschreeuwd wordt.
6. Omgaan met frustratie. Op dat volle vermogen, in die hectiek gaat er voortdurend wat mis. De ander doet niet wat jij roept. Er wordt geslingerd. Het gaat niet hard genoeg. Rijder X is niet mee. Enz. Dat levert frustratie op. De natuurlijke reactie is wat in de psychologie genoemd wordt: flight, flight of freeze. Je wordt boos, je kapt er (geestelijk) mee, je verkrampt, luistert niet meer goed, enz. Daaraan niet toegeven, maar functioneel blijven, de fouten van jezelf en anderen herstellen, dat is de grote kunst van waaierrijden op vol vermogen. Vergelijk het WK tijdrijden voor ploegen in Valkenburg (“Ik heb geroepen, maar hij luisterde niet”. So what? Dan roep je harder, trek hem aan zijn shirt, whatever nodig is.)
Weten hoe het moet, is één ding. Het doen onder submaximaal vermogen is een vaardigheid die redelijk makkelijk in te oefenen is. Het doen onder vol vermogen en in grote hectiek (zoals het nemen van strafschoppen bij voetbal) is mentaal een factor tig moeilijker en vraagt nog meer aandacht en oefening.

Wb de techniek van het waaierrijden en op de kant zetten een prachtige animatie nav een etappe uit de Tour de France: http://video.eurosport.com/cycling/tour-de-france/2016/science-of-cycling-the-echelon-how-to-deal-with-a-crosswind_vid817450/video.shtml

Zie ook: waaiers
Wb de psychologische en groepsdynamische kant, zie ook: psychologie van het fietsen

Val Darwin Atapuma (Vuelta 2016, 12 etappe)

Aan het begin van het filmpje.
Een val die uit het niets lijkt te komen. Luister naar het commentaar op Eurosport. Anderen hebben op dezelfde plek met dezelfde bochtlijn geen problemen. Het gebeurt vaker, zo’n val uit het niets. Je kan dan kijken naar allerlei toevallige omstandigheden, steentjes en dergelijke, die de oorzaak kunnen zijn. Misschien is het interessanter te kijken naar wat je kan doen om de KANS op wegglijden te verminderen. Ik denk dat een andere houding op de fiets in de bocht zou kunnen schelen.
Zoals Rouland in de Tour de France (zie reactie terug) lijkt Darwin Atapuma zijn gewicht iets te veel naar binnen te hebben waardoor het voorwiel makkelijker kan wegglijden bij een ongerechtigheid.
Misschien zijn we ons niet genoeg bewust van hoe snel je geen tegendruk op het voorwiel meer hebt. Een paar centimeter je bovenlijf meer naar binnen en de tegendruk op het voorwiel is al een heel stuk minder. Met een steentje oid is het dan gebeurd voordat je het in de gaten hebt.
Met de skitechniek – gewicht heup zadel meer naar binnen en bovenlijf iets meer buiten – komt er meer druk op het voorwiel, ook zijwaarts in de richting van de de binnenkant van de bocht. Daardoor is de kans op wegglijden van het voorwiel kleiner en heb je meer gelegenheid te corrigeren.
(Overigens: voor het achterwiel is het weer net even anders. En als het met het achterwiel fout gaat, heb je meestal veel meer kans om te herstellen))

Mindset en groepsdynamiek

Woede in je buik, verstand in je kop en mededogen in je hart

Mindset

Wielrennen is een spel van afwisselend samenwerking en competitie. Daarnaast moet je om hard te gaan gedoseerde agressie in jezelf aanboren. En agressie gaat niet altijd samen met verstandig of empatisch zijn. Het racefietsen in groepen stelt dus tegenstrijdige eisen wat betreft je mentale houding.

Vooraf denk je vaak anders dan je tijdens de rit doet
Je bent van plan om een rondje rustig te rijden. Maar er rijdt een lekker groepje langs. En je haakt aan. En ineens rij je veel harder dan je van plan was.
Iedereen in de groep heeft zware benen en wil het rustig aan doen. Je weet eigenlijk wel: langzaam maar zeker gaat het harder. Met uitzondering van zeer gedisciplineerde wedstrijdrijders die een bepaalde training doen, gaan de meeste rijders in een groepje uiteindelijk toch hard rijden. Ook ik, ook jij. Onder invloed van adrenaline gaat ons denken anders dan in rust. Trek je je fietsschoenen aan en voel je het zadel, dan zegt het lijf : “Yes, gas!”
Hoe het werkt werkt het, je doet soms niet wat je je voorgenomen hebt of wat verstandig is. Je handelen wordt niet alleen door je verstand bepaald. Het aardige is dat er wel een voorspelbaarheid in zit. Door die voorspelbaarheid kun je er rekening mee houden.

Hoe ermee om te gaan?
Als je weet hoe je mindset verandert tijdens het rijden kun je ingrijpen in dat mechaniek, bijvoorbeeld door op een andere, positieve manier tegen langzaam rijden aan te kijken. Het beeld van langzaam rijden verander je van negatief: ‘loser’, ‘slecht’ of ‘zwak’ naar positief: ‘herstel’, ‘opbouw’, ‘vacances’.

Afspraken maken verstandig èn moeilijk
Je kan proberen afspraken te maken, ook in informele groepen. Waar wordt hard gereden? Gaan we sprinten of niet? Zodat je wel lekker competitief los kan gaan, maar dan op een goede plek en niet op een vol en druk fietspad bijvoorbeeld. Heel verstandig zeker. Maar ook hartstikke moeilijk.
Je weet niet zeker of je het zelf wel wilt. Anderen roepen dat we ‘gewoon een rustig rondje’ gaan rijden en willen het er eigenlijk niet over hebben. Jij wilt je ook niet in de kaart laten kijken. Bovendien weet je dat anderen gaan reageren. Terwijl je zegt dat je wilt afspreken of en waar er hard gereden wordt krijg je te horen: “Zo, je bent in vorm zeker.”
Niets regelen of iets afspreken waar toch niet aan gehouden wordt betekent dat er ook op foute plekken vol gas wordt gegeven.

Beeld over andere weggebruikers
Als je elke week in weer en wind met je groep een bepaalde route rijdt dan vind je het vervelend als ‘jouw’ route op zomerse dagen in beslag genomen wordt door ‘mooi weer’-fietsers.
smalle weg

De kunst is daar een ander positief beeld c.q. gevoel aan te koppelen. Een woord als ‘medeweggebruikers’ heeft bijvoorbeeld een ander effect op je mindset dan het woord ‘ander verkeer’.
Een slimme mindset is nog moeilijker te creëren als het fout of bijna fout gaat. Je wordt bijvoorbeeld gesneden door een auto of een E-bike. De adrenaline was al hoog van het fietsen en nu dit nog. Je schrikt en wordt woest.
Heel begrijpelijk, emotioneel heel bevredigend:), maar meestal niet zo slim.
Zie ook: Omgaan met medeweggebruikers

Schakelen in je kop
Tijdens een rit moet je dus kunnen schakelen in mindset. Tussen woede in je buik, verstand in je kop en mededogen in je hart.
Probeer je zelf voor te programmeren op verschillende situaties. Waar heb je een wedstrijdstand nodig, waar een toerstand of soms zelfs een flaneerstand (langs de terrassen:)). Hoe voelen die verschillende mindsets? Hoe snel kan je wisselen? Hoe doe je dat, dat schakelen van mindset?
Als je in volle vaart een ouder met een klein kind tegenkomt op een fietspad: terugschakelen naar mededogen en toermodus. ‘Leuk dat zo’n kind al op de fiets zit’.
Als je bijna in een scheldpartij of erger dreigt te komen: de-escaleren. Heb een startopmerking paraat: “Gaat het?’’ “Oef, hier moet ik even van bijkomen.”
In de bebouwde kom: ‘interval rust’ en genieten van de terraszitters.
Je schakelt niet alleen je derailleur maar ook je mindset. Zoals topsporters die kort voor een wedstrijd nog relaxt een interview geven, terwijl ze al lang in de wedstrijdvoorbereiding zitten. En dan, tjak, schakelen naar de wedstrijdstand. Dat is mooi om te zien. Of een sprinttrein in volle finale. Dat is niet alleen blinde woede in de benen. De lead-outmannen en de sprinters blijven kijken en communiceren.
Mooi ook om dat schakelen in de mindset ook zelf te kunnen. Een zonnige zondag is een goed moment om dat te oefenen:)

 

Groepsdynamiek
Het beheersen van je mindset is niet alleen een individuele zaak. Ook de groepsdynamiek zorgt voor een vloeiend of hectisch, een veilig of onveilig, een sociaal of niet sociaal weggedrag.

Status en invloed
De verstandigste mensen hebben niet altijd de meeste invloed. De status van de rijders in een groep is verschillend. Meestal hebben de sterkste benen de grootste invloed. Zij kunnen die ook aanwenden voor een slim rijden als groep. Of ben je alleen met je eigen ding bezig?
Als zwakste heb je meestal minder status en ben je al druk genoeg om jezelf in koers te houden. Om dan toch invloed uit te oefenen op het groepsgedrag moet je wel sterk in je kop zijn.
Er is een bepaalde cultuur in de groep. Vraag maar naar de bijnaam die de groep van anderen krijgt:)

Allemaal zaken die soms een slim fietsen in de weg zitten. Hoe dat te veranderen of te verbeteren?
Het is al moeilijk om je eigen mentale houding te beïnvloeden, die van een groep te veranderen is nog lastiger.
Feedback geven, het goede voorbeeld geven of met je voeten stemmen en afhaken, het is een begin. Over feedback gaat het in: samenwerking en communicatie/elkaar coachen
Zie ook: waaierrijden/ samenwerking en communicatie

 

Helm als mindgame
giro synthe
Je stapt vaak met een ander idee op de fiets dan het later wordt.
Je mindset vooraf: een rustig rondje in m’n ééntje. En dus (???) geen helm op. Er komt een groepje voorbij, je pikt aan en ineens rij je hard, in een groep, die je ook nog niet eens kent.
Het is winter. Je hebt een muts op in plaats van een helm, want je gaat een rustige duurtraining doen. En jij als echte wielrenner hebt meer dan voldoende vaardigheden voor zo’n rustig ritje, toch? Sterker: de muts zet je mindset op ‘rustig’.:) Blijkt de weg wel een beetje nat en glad te zijn.
De dag voor de grote tocht in de bergen doe je een rustig ritje bergop in eentje. Knie- en armstukken aan, benen een beetje los rijden. Dus geen helm, waarom ook? O ja, ook nog afdaling, o ja, ander verkeer.
Naar de wedstrijd toe fiets je met je helm op/aan de rugzak, want pas echt hard gaat het in wedstrijd. Daaraan herken je de echte wielrenner, toch? Een helm is voor toerrijders of alleen als het verplicht is in de wedstrijd. Een pizzakoerier heeft haast en gaat aan de foute kant van een paaltje langs….

Herkenbare situaties?
Je bedenkt wat anders dan het uiteindelijk wordt. Allerlei gedachteconstructies zijn er (on)bewust om niet het juiste te doen.
Een helm zweet bergop! Ja, en zonder helm zweet je niet? Heb je ook nog een verbrande kop. Helmen worden de laatste jaren zelfs weer dichter vanwege aerodynamica en dan rijden we er wel mee.
Hoezen onder of over helm werken tegen kou even goed als alleen een dikke muts op je hoofd, waaronder je oorlelletjes steeds uitpiepen?
Snap je jezelf nog?:)

Geen bezwaar, maar toch… een hersenkraker
Kortom: Technisch gezien is er geen bezwaar tegen een helm, er zijn alleen maar voordelen. Maar toch doen we soms niet het juiste. Dit is geen moreel oordeel, van “Boe, mag niet” of “Stom”. Je maakt je eigen keuzes, toch? Het is wel een constatering met een vraag om verder te denken.

De helm is een hoofdzaak, niet alleen om je hersens te beschermen, maar ook om ze te gebruiken:). De helm is in feite een mindgame.
Je traint wel je mindset voor de wedstrijd of cyclosportief, maar niet voor een mindgame als de helm? Zoek een manier om voor jou een positieve mindset te hebben over de helm. ‘Stoer’, ‘goed voorbeeld, want jij hebt de meeste invloed’, ‘goed tegen zonnebrand’, ‘hoef ik niet steeds na te denken of het nu zo hard zal gaan dat ik hem wel op doe of dat het zo langzaam zal gaan dat ik zonder helm ga’. Kijk wat jouw mind bepaalt en probeer er een functionele draai aan te geven. Het spelen met je mindset is een prachtige game waar je ook in andere (wedstrijd)situaties veel plezier aan kunt beleven.

PS. In bepaalde niet-fietsminded landen zoals de USA, wordt de nadruk gelegd op het dragen van een helm door mensen die daarmee willen afleiden van de manier waarop de wegen zijn ingericht ten voordele van de auto’s en het gedrag van de automobilisten.
Zie bijvoorbeeld: https://usa.streetsblog.org/2018/02/14/how-americas-bike-helmet-fixation-upholds-a-culture-of-unfettered-automobility/
Dit is een belangrijke manier kan kijken en discussie, maar laat het vooral geen reden zijn om je helm niet op te zetten.

Zie ook: De fietsbel als mindgame

Leren

Leren of niet leren, dat is een kwestie

Niet leren
Wielrennen is een vergevingsgezinde sport. De meeste fouten zijn gelukkig ‘zonder erg’. Maar daar zit ook een nadeel aan: er wordt relatief weinig van geleerd. Omdat het meestal goed afloopt leer je niet je op die punten te verbeteren.
Je schat groepsgenoten soms verkeerd in. Mensen kunnen perfect op een prachtige fiets zitten, hard trappen en zelfs koersen rijden, maar daarmee rijden ze nog niet per se veilig in groepen op de openbare weg. Voordat je bijvoorbeeld bij iemand in het wiel gaat zitten wil je wel weten of hij bij plassen uitwijkt of niet. Kortom: voor het fietsen in groepen hoef je niet veel te leren, maar er valt wel veel te leren. Door in een trainingsgroep te gaan, en ook door te leren van de (bijna) ongelukken en schoonheidsfouten. Gedachten als ‘Pech, die dingen gebeuren nu eenmaal’ kunnen juist zijn, maar het zijn ook denkstoppers: je ontneemt jezelf de mogelijkheid ervan te leren. Het analyseren van een (bijna-)ongeluk geeft vrijwel altijd aan dat er niet één fout is, maar dat er een keten van minder goede acties en reacties was. De interessante vraag is dan niet zozeer ‘Wie is schuldig?’, maar ‘Waar had jij iets kunnen doen om die keten te onderbreken?’ Daar wordt je beter van.
Maak er een gewoonte van om situaties die fietstechnisch beter hadden gekund met elkaar te bespreken.

Onbewust (niet) leren
Veel bewegingen leer je onbewust vanzelf. Hardlopen bijvoorbeeld. Of eigenlijk leert je lijf dat. Daar hoef ‘jij’ niet veel aan te doen. Veel en vaak je loopschoenen aantrekken volstaat. Andere sporten, zoals schaatsen leer je sneller door bewust te leren. Fietsen zit tussen hardlopen en schaatsen in.
In Nederland leren we allemaal onbewust fietsen. Eerst met hulpwieltjes en een handje in de rug. Geen uitleg over gyrospie, maar hup gewoon veel doen. En dan: Kijk eens mama, met zonder handjes!! En dan kan je fietsen.
Bij het fietsen blijken we heel veel uren gestoken te hebben in het rechtuit rijden. In bochten eigenlijk niet. Bijna iedereen houdt zijn benen stil waar je kan doortrappen.
In het onbewuste leren was daar ook geen stimulans toe. Hetzelfde geldt voor het fietsen in de bergen. Je rijdt 6 uur bergop en 1 uur bergaf. Hoeveel minuten daarvan zijn echt afdalen? Heel weinig. De weg, het verkeer is er niet naar. Je mag even lekker uitbollen.
Bij het fietsen in groepen op de openbare weg zijn vaardigheden nodig, die je meestal niet onbewust al hebt geleerd.

Wel (bewust) leren
Individueel kun je veel basisvaardigheden leren. Onder goede omstandigheden oefen je die, zodat je reflexen het juiste doen als het onverwacht wat ingewikkelder wordt.
Zie ook: Basisvaardigheden

De specifieke vaardigheden voor het rijden in groepen kun je goed leren van een ervaren renner, in een trainingsgroep of in wedstrijden op een afgesloten circuit.
In informele groepen moeten we het hebben van leren van elkaar. Daarbij is feedback geven en ontvangen de kunst. Dat is niet altijd makkelijk, zeker in ‘de hitte van het moment’. Onder Communicatie en samenwerking vind je suggesties daartoe.
Zie: Communicatie en samenwerking/elkaar coachen

 

Omgaan met medeweggebruikers

medeweggebruikersAndere weggebruikers klagen nogal eens over ons racefietsers, zeker als we in groepen rijden. Volkomen onterecht natuurlijk, wij doen nooit iets fout. Maar toch, zij hebben soms een ander beeld over ons dan we zelf hebben. En die perceptie is een realiteit waarmee wij te dealen hebben. Dat beeld leidt er onder andere toe dat in Zuid-Limburg, in sommige Belgische buurtgemeenten, over de Duitse grens bij de Achterhoek er beperkingen worden gesteld aan groepen wielrenners. In Frankrijk staan vaak verkeersborden met een auto en een fietser met de tekst ‘Roulons ensemble’. ‘Laten we samen rijden’. We maken beiden gebruik van de openbare weg en met een goed samenspel gaat het beter.

Hoe kunnen we slimmer omgaan met medeweggebruikers?

kind op fietspadInschatten potentieel gevaar
Kinderen, toeristen op huurfietsen, auto’s bij een uitrit. Daar moet je op anticiperen. Door manoeuvreerruimte in te bouwen, eventueel de snelheid iets eruit te laten en je groepsgenoten te waarschuwen.
Zie ook: Manoeuvreerruimte houden
Zie ook: Signalen


Weten wat je als groep zelf oproept bij anderen

Wat ziet en voelt bijvoorbeeld de ouder met dat kleine kind als er een grote groep fietsers aankomt?
Als groep racefietsers ben je vaak intimiderend voor anderen. Hoe voelt die automobilist zich als bij een rotonde wielrenners hem links en rechts inhalen (ook al gaat dat nog zo beheerst). Als we voor ons eigen gevoel rustig door de bebouwde kom rijden, of kalm stadsfietsers of wandelaars inhalen, kan dat voor anderen heel anders aanvoelen.

Contact maken
Andere weggebruikers zijn als het ware een andere soort. Hoe meer ze op jezelf lijken hoe meer je ze als subjecten ziet. Je steekt bijvoorbeeld eerder een handje op naar andere racefietsers dan naar stadsfietsers. Hoe groter het verschil met de ander is, hoe meer je de ander ziet als een soort object, waar je langs moet. En niet als een medeweggebruiker. Probeer je het subject in de ander te zien, dan ga je vanzelf anders met elkaar om.
Het gaat om contact maken. De ogen zoeken, aankijken. Je hand opsteken en even knikken met je hoofd. “Goedemorgen” roepen. Daarmee maak je contact. En met contact los je een verkeerssituatie soepeler op.
Het gaat erom dat je bij elkaar ‘in beeld’ bent. Eerste vereiste is natuurlijk dat je elkaar waarneemt. Kom je van achter, dan is een belletje of vriendelijk roepen wel zo handig.
Zie ook: Bel op de racefiets onderin dit artikel.
contact maken

Schakelen van mindset
Als je hard rijdt is je mentale houding niet echt geschikt voor het contact maken met andere weggebruikers. Je bent in een wedstrijd-modus met de nodige agressie en tunnelvisie om maar hard te kunnen rijden. Het schakelen naar verstand of empathie lukt niet altijd vanzelf. Dat moet je leren. Het schakelen tussen “Grr, gas!!” naar “Goedemorgen, dank u wel” is lastig. Hoe meer je het oefent, hoe makkelijker en hoe sneller je dat kunt.
Kijk naar topsporters die kort voor een wedstrijd nog relaxt een interview geven, terwijl ze al lang in de wedstrijdvoorbereiding zitten. En dan, tjak, kunnen schakelen naar de wedstrijdstand. Dat is mooi om te zien. Mooi ook om dat ook zelf te kunnen. Een zonnige zondag is een goed moment om dat te oefenen:)
Z
ie ook: Mindset en groepsdynamiek

Contact stimuleren
Stel je rijdt op een polderweg die net breed genoeg is voor 2 auto’s als ze elkaar rustig passeren. Als je als groep racefietsers te snel strak aan de kant gaat rijden wanneer er een auto als tegenligger aankomt, zal de automobilist vaak gewoon doorrijden. Eigenlijk ziet hij je als een te passeren object. Je weet niet zeker of hij rekening met je gaat houden.
Als je iets langer ruim blijft rijden, reageert hij vaak met beetje opzij gaan en/of wat langzamer rijden. Daarmee heb je het contact gemaakt. Je merkt dat hij rekening met je houdt. Beide partijen zijn nu met een samenspel bezig om de verkeerssituatie soepel op te lossen. Pas op dat dit ruim blijven rijden niet agressief wordt. Bedank hem voor zijn rekening houden met een handje.

Auto’s coachen
Automobilisten die achter je groep rijden en geen overzicht hebben in een bocht naar links moeten vaak lang wachten voordat ze kunnen inhalen. Als ze eindelijk zelf zicht hebben is er soms tegemoetkomend verkeer en moeten ze nog langer wachten.
De eersten van je groep kunnen veel eerder dan de automobilist zien of er wat aan komt en of hij de groep kan inhalen of niet.
Achteropkomende automobilisten zijn je dankbaar als je ze een sein geeft als de weg voor hen vrij is om in te halen. Eventueel geef je ook een wachten-signaal totdat je het rijden-signaal geeft. Je bent voor hen dan een soort van onbezoldigd verkeersregelaar.🙂

Grote groep splitsen
Als je met een erg grote groep bent op een drukke weg, is het handig de groep op te splitsen c.q. een groot gat in de groep laten vallen zodat achterop komende auto’s kunnen invoegen en in twee instanties langs de groep kunnen.

Als het toch fout gaat
Zelfs als je alle tips opvolgt en naast een beest op de fiets ook nog eens een heer in het verkeer bent, zal het heus nog wel eens fout gaan. In een auto kan je krachttermen kwijt zonder dat een ander dat hoort. Op de fiets is het de kunst om die zo snel mogelijk in te slikken. Oké, je schrikt en dus schreeuw je impulsief wat, maar daarna is het misschien beter even tot 10 te tellen. ‘De-escaleren’, daar gaat het om. Dat is ook weer het schakelen van de mindset. Van heftig, boos  naar rustig en beheerst.
Een auto slaat af, ziet een fietser over het hoofd, de fietser geeft een klap tegen de deur. De man stapt briesend uit, maar voordat hij kan uithalen zegt de fietser: “Ik geloof dat we elkaar kunnen feliciteren”. De automobilist kijkt verbaasd (zijn briesende programma is onderbroken). Fietser: “Dat ging maar net goed. Wat ben ik blij dat …” Een dergelijke reactie is natuurlijk geniaal, zoals ook humor beter is dan in je opwinding vol tekeer te gaan.
Probeer je zelf ‘voor te programmeren’ op zo’n situatie. Wat zou een startopmerking kunnen zijn waarmee er niet gelijk een scheldpartij uitbreekt? “Gaat het?’’ “Oef, hier moet ik even van bijkomen.” Of, na de eerste kreten uit schrik en woede: “Sorry voor mijn gescheld, ik schrok me wezenloos, enzovoorts”. Op die manier de-escaleert de situatie en kan je de zaak wat rustiger oplossen.
Natuurlijk, als er schade geregeld moet worden, dan moet je stevig zijn. Maar hopelijk ook rustig. Tot en met het laten komen van de politie.

De fietsbel als mindgame
Moeilijk. Hoort niet, past niet, gaat niet. Of toch wel?
Natuurlijk weet iedereen dat op de openbare weg een belletje handig is, maar voor sommigen doet het afbreuk aan een echte racefiets.

Het gewicht of aerodynamica van een bel is feitelijk geen punt.
Wat is onze conclusie? Niet in denken, maar in doen?
Sommigen zijn simpel logisch.: “Het is handig/verstandig, dus bel erop”.
Voor de anderen geldt: “Dat is wel waar, maar ….” En op een of andere manier komt er geen bel op de fiets. Voor deze mensen is het het zoeken naar een truc waardoor de bel geen afbreuk doet aan het (mentale) beeld van de racefiets. Bijvoorbeeld door:
Uit beeld houden:
HideMyBell– Mechanische bel in de houder van een fietscomputer
– Belletje in het uiteinde van de stuurbocht
– Elektronische bel via een app op je smartphone
– Bel in de bidonhouder
– Belletje dat je makkelijk los/vast kunt maken (zoals sommige ledlampjes). Op deze manier maakt de bel geen integraal deel uit van de fiets, want hij zit niet definitief vast. Daarmee doet hij geen afbreuk aan de fiets en is mentaal acceptabel.
De bel is een echte mindgame:).

Een andere oplossing is de ‘persoonlijke bel’: met je eigen stem roep je vriendelijk: “Bel, bel.” En als je passeert: “Dankjewel.”
Daarmee krijg je ook een beter contact (subject in plaats van object).
Maar het vraagt wel een vriendelijke mindset en je moet er tegen kunnen om het op een drukke dag ‘eindeloos’ te herhalen, en dan ook nog even vriendelijk:).
Zie ook: Psychologie van het fietsen/Leren
Zie ook: Psychologie van het fietsen/Mindset en groepsdynamiek

Manoeuvreerruimte houden

Een groep rijdt het meest efficiënt als iedereen compact op elkaar rijdt. Maar daarbij dien je wel manoeuvreerruimte te hebben. Bijvoorbeeld: De wind komt van links dus zit je rechts achter je voorbuurman. De weg gaat wat naar rechts. De groep als geheel zal naar de berm toe bewegen en als je niet oppast word je in de berm gedwongen. Hetzelfde gebeurt als vanwege een tegenligger de groep iets meer naar rechts gaat.

Vooruitzien
Veel van deze situaties kun je al van te voren zien aankomen. Je kunt een mogelijk probleem voorkomen door te zorgen dat je niet klem kun komen te zitten. Je laat je iets afzakken, zodat als het achterwiel van je voorganger naar rechts gaat hij vóór jouw voorwiel langs beweegt.

Hemelsbreed achter
Met name in een ‘finale’ zwaait een groep die in een waaier rijdt vaak wat heen en weer over de weg. Als je ‘hemelsbreed’ achter het achterwiel van de man of vrouw vóór je zit hoef je veel minder mee te bewegen. Prettig voor jezelf en met name ook voor degenen die achter je zitten.

Als je ‘hemelsbreed’ achter je voorman gaat zitten moet je bij zijwind wel iets meer naar opzij te gaan om nog steeds uit de wind te zitten. Dat voordeel willen we natuurlijk niet kwijt als we wat veiliger en rustiger gaan fietsen.

Over de as van de weg rijden

De hele weg gebruiken
Als de wind schuin staat rij je in een ‘waaier’, schuin achter elkaar zodat je zoveel mogelijk uit de wind zit. Behalve degene op kop natuurlijk, maar die vindt het leuk om tegen de wind te beuken, toch?
Als de weg overzichtelijk is en een geen verkeer voor of achter je komt, kan je de hele weg gebruiken, van berm tot berm. Of de hele weghelft als er een doorgetrokken witte streep is. Op die manier kunnen er veel meer mensen in een waaier dan als je alleen de rechter weghelft gebruikt.

Beeld voor en achter
Als je als groep over de as van de weg rijdt is dat natuurlijk niet zonder risico. Belangrijk is dat je altijd weet wat er van voren en van achteren komt. Met name de achterste man kan het beste omkijken om de situatie achter te checken. Maar dat vraagt wel de nodige vaardigheid: je lijn houden en vóór je de nodige speelruimte hebben.
Zie ook: Lijn houden
Zie ook: Manoeuvreerruimte

Als je zo de weg en de medeweggebruikers in de gaten houdt kun je op tijd weer indikken zodat het andere verkeer langs je heen kan. Dat indikken natuurlijk ruim op tijd beginnen met een rustige beweging.
Zie ook: Ritsen
Zie ook: Anticiperen

Blinde bochten

Preventief ritsen
Soms is de weg zo slingerend met een dijk of begroeiing aan de zijkant dat je niet ver vooruit kan kijken. Je hebt dan als het ware een ‘blinde’ bocht voor je. Je kan niet zien of er een tegenligger achter die bocht is.
Als de weg ook nog eens smal is, is het niet handig om twee aan twee te blijven rijden. Mocht er een tegenligger komt is een heel gedoe om snel achter elkaar te rijden.
Veel handiger is het om vóór een ‘blinde’ bocht te ritsen. Je anticipeert daarmee op een mogelijke tegenligger. Is er geen tegenligger was het ritsen overbodig, maar da’s geen probleem, toch? Is er wel een tegenligger dan ontstaat er geen hectische situatie.
Je geeft met signalen aan dat je wilt gaan ritsen. Je roept ”ritsen” of “op lijn”. Ook geef je met gebaren aan wat je collega’s moeten doen.

Verkenner
In ‘blinde’ bochten kan je ook met een ‘verkenner’ werken: iemand die een aantal meters vóór de groep rijdt en op tijd de anderen een sein geeft. Degenen die daarachter rijden hebben dan ruim de tijd om te reageren. Zij moeten dan niet ongemerkt korter op de ‘verkenner’ gaan rijden. Dan is de reactietijd verloren.

Wachten
Als je als groep andere fietsers inhaalt, kan het zijn dat je vanwege een ‘blinde’ bocht met inhalen wacht totdat het zicht weer vrij is.

Verder vooruit kijken
Bij ‘blinde’ bochten naar rechts is het handig om ruim vóór de bocht ver links op de weg te rijden. Je kan dan eerder zien wat er na de bocht komt. Je moet wel snel naar rechts op de weg kunnen, voor het geval dat nodig is. Die ruimte moet dus niet opgevuld worden door iemand anders.

Ritsen

Meestal rij je in een groep twee aan twee, soms zelfs met meer mensen naast elkaar als daar de ruimte voor is. Bij een tegenligger en een smalle weg moet je als groep indikken.

Je gaat als groep dan achter elkaar rijden: je gaat ritsen.

Degene die rechtsvoor rijdt versnelt en maakt daarmee ruimte achter zich zodat linksvoor achter hem kan inpikken. Op die manier heb je veel meer tijd voordat je bij de tegenligger bent. De volgende tweetallen doen hetzelfde.

ritsen-animated

 

Seinen en coachen
Je geeft met signalen aan dat je wilt gaan ritsen. Je roept ”Ritsen” of “Op lijn”. Of je roept “Tegen”. Ook geef je met gebaren aan wat je collega’s moeten doen en maakt het gebaar dat er smaller gereden moet worden.
Zie ook Signalen

NB De natuurlijke reflex, namelijk dat beide rijders remmen, is niet de juiste. Daarmee gaat immers reactietijd verloren, creëer je niet de benodigde ruimte voor het invoegen en komen degenen die erachter rijden makkelijk in de knel.

Met name rechtsvoor moet alleen maar bezig zijn met naar voren versnellen en zodoende ruimte achter zich te maken. De anderen lossen het dan verder wel op.

De goede reactie moet geleerd worden. Daarbij is het belangrijk dat je elkaar coacht. Dat kan met woorden. Vaak gaat het met handen sneller, bijvoorbeeld: linksvoor duwt rechtsvoor naar voren.

Waaier
Rij je op een openbare weg in een waaier en moet er geritst worden, dan kan het zijn dat de waaier van bijvoorbeeld zes terug moet naar twee of drie rijders schuin naast elkaar. Eigenlijk wordt het dan een serie kleine waaiers. Het is dan handig of sociaal als een sterkere rijder op kop een van die volgende kleine waaiers gaat rijden, in plaats van een zwakkere die daar toevallig terecht komt. Tenzij je als sterkere rijder er voor kiest zoveel mogelijk uit de wind te blijven rijden:)

Anticiperen en veranderingen langzaam doorvoeren

In een groep fiets je anders dan in je eentje. Als je in je eentje fietst en er ligt een plas of een kuil voor je, slinger je je er even langs heen. Is de weg smal en moet je wat meer naar rechts tegen de berm aan vanwege een tegenligger kan je die beweging naar rechts snel doen.

Als je zulke veranderingen in een groep even snel zou doen is de kans groot dat er iemand achter je verrast wordt. In het ergste geval met een valpartij tot gevolg. In alle gevallen wordt het rijden in de groep een stuk onrustiger.

botenVooruit kijken en langzaam veranderen
De kunst is om de noodzaak van veranderingen in richting of snelheid ruim vooruit te zien en die dan langzaam door te voeren.
Op het water verschillen grote en kleine boten in hoe makkelijk ze van richting of snelheid kunnen veranderen.

Als fietser ben je in je eentje meer een speedboot, als groep een vrachtschip.

Je zal in een groep rijdend vaker door een plas rijden in plaats van eromheen, simpelweg om het voor je achterbuurman niet gevaarlijk te maken. Liever een beetje nat dan dat het gevaarlijk wordt.

Seinen
De meeste veranderingen van rijrichting geef je ook aan met een signaal.
Zie ook Signalen

Ook als je gaat stoppen zal je in een groep daarvoor veel meer tijd nemen dan als je alleen rijdt.
Zie ook Signalen

Als je anticipeert op mogelijke veranderingen en daardoor de tijd hebt om het langzaam te doen, zal je merken dat je als groep veel rustiger om allerlei obstakels heen manoeuvreert. De snelheid blijft hoger en je hebt minder last van het harmonica-effect. Er klinken ook minder alarmkreten en met zijn allen kom je in een mooi soort van flow.
Als je achterin de groep rijdt antipeer je makkelijker als je door de groep heen naar voren kijkt. Alleen kijken naar het achterwiel van degene die voor je rijdt is letterlijk kortzichtig:).

1 2